Houttuinen was een koeiestal en daar werd voor Pesach de melk rechtstreeks in ons blauwe emmertje gemolken. Dat was voor ons kinderen een belevenis. De sfeer die er hing als ik op erev jontef uit school kwam en het huis was jontefdik, is me mijn hele leven bijgebleven. Die sfeer heb ik nooit meer gevonden.
Weet je wat je vroeger ook had: een mannetje dat met kosjere wijn de huizen langsging. Vrijdagochtend kwam hij langs en dan kocht je een, twee, drie maatjes. Voor kidoesj en hafdole. Bij ons, waarom weet ik niet, werd kidoesj gemaakt met die wijn, maar hafdole met melk. Die man heette mijnheer Bloemendal. Hij was later sjammes in de sjoel in de Linnaeus Parkweg en liep ook met het chewreboek.
Wat wij nu onder wijn verstaan was toen nog niet zo algemeen. Meestal was het een aftreksel van rozijnen. Wijn was alleen voor een kraamvrouw. Kip en een glas wijn, dat werd naar een kraamvrouw gestuurd. Kip at je niet zoveel. Alleen op Sjabbes. Maar ook niet altijd. En wijn was helemaal.. . Wel was er het Sjabbesborreltje. Na Soekot werd de etrog in kleine stukjes gesneden en op brandewijn gezet. Dat bleef een half jaar staan en dat was dan het Sjabbesborreltje. Dat dronken mijn vader en grootvader op Sjabbesmiddag als ze zaten te leren naar aanleiding van de drosje ’s morgens in sjoel. Sjabbesmorgen werden wij gebensjt. Natuurlijk door vader en moeder, maar ook door mijn grootouders. En reken maar niet dat we de moed hadden om eerst naar ons vriendinnetje te gaan voordat we gebensjt waren door grootvader en grootmoeder. Daar ging echt warmte en verbondenheid en liefde van uit. Als grootvader ons bensjte, dat deed je wat.
Het joodse leven in de Nieuwmarktbuurt was heel sterk. Er was een sjoeltje in de Sint Anthoniebreestraat, Het Rondeel, maar onze sjoel was in de Rapenburgerstraat. In mijn tijd was daar chazzan Victor Schlesinger. Een man met een prachtige stem, een aristocraat. Als hij daar stond met talles en toga aan, dan was het iemand. Schlesinger inspireerde soms zijn chaz-zanot op opera’s. Op opera-aria’s die je kon herkennen. Dat was schitterend. Hij zong ook chazzanot van de Gneser chazzan, van Heijmans, van Levandowski. Allemaal melodieën die in die tijd enorm insloegen. Schlesinger had al een