universiteit kastanjebomen stonden. In de herfst mochten wij daar kastanjes rapen van de pedel, mijnheer Van Pommeren. De Oudemanhuispoort functioneerde in die tijd als de uni-versiteitsboekhandel. Studenten kochten daar hun boeken. Als ze het konden betalen. Als ze het niet konden betalen, werd er toch geleverd. Toen ik aan een vriend in Israël mijn naam noemde, vroeg hij: „Heeft jouw vader in de Oudemanhuispoort gestaan?” Ik zei ja. Toen zei hij: „Zal ik je dan eens wat vertellen. Wij studeerden in Amsterdam en als we boeken nodig hadden vroegen we jouw vader of hij ze had. Als we vertelden dat we geen geld hadden, zei jouw vader „Dat hindert niets jongen. Als je later geld hebt, betaal je maar.” Hij zorgde altijd dat ik de boeken kreeg die ik nodig had.”
De professoren kochten ook bij mijn vader. Als kind mocht ik met vader mee boeken brengen naar professor De Hartog, de vader van Jan de Hartog. Die woonde aan de rand van de stad: in de Tweede Oosterparkstraat.
De Oudemanhuispoort had een groot nadeel: het was er altijd verschrikkelijk koud in de winter. Mijn moeder kookte dan een pannetje havermout, dat werd flink ingepakt en wij kinderen gingen vader een pannetje hete havermout brengen. Om een beetje warm te worden, want het tochtte er als de hel. Thermosflessen had je toen nog niet. En de Keizerstraat en de Oudemanhuispoort lagen niet zo ver van elkaar vandaan. Mijn vader heeft daar gestaan tot 1928, tot hij ziek werd. Om terug te komen op de Keizerstraat: mijn moeder had thuis de leesbibliotheek. In het voorgedeelte van het huis. Voor vijf cent mocht men een boek een week houden. Mijn ouders waren begonnen met het uitlenen van hun eigen boeken. In het begin hadden zij twee planken boeken. Later is dat heel sterk uitgebreid. Stukgelezen werd bijvoorbeeld Cor-nelia Noordwal. Dat was een joodse schrijfster in Den Haag, die familieromans schreef. De deugd werd altijd beloond en een kleinigheid werd zwaar gestraft. Noordwal was toen erg in zwang.
Natuurlijk ging ’s winters op vrijdagmiddag de winkel vroeg dicht voor Sjabbat. Maar, als ’s winters de Sjabbat vroeg was afgelopen ging de winkel open en dan stonden de mensen in