reiziger tegen die in kleedjes deed. Zelf wilde hij ermee ophouden, maar voor mij vond hij het wel wat. Je had toen veel zogenaamde cadeau-firma’s. Ze verkochten koffie of margarine en daar gaven ze kleedjes bij cadeau. We hebben ge-sjmoesd en gesjmoesd en gesjmoesd en ik ben met die kleedjes op reis gegaan.
De eerste dag was een vrijdag. Eigenlijk een slechte dag om iets te verkopen, maar ik verkocht die dag aardig en had achttien gulden netto verdiend. Dat zegt nu niet veel meer, maar als je bedenkt dat de meeste mensen toen niet meer verdienden dan twaalf tot veertien gulden per week, dan begrijp je wel dat het heel veel was. Als ik tweemaal achttien gulden verdiende had ik driemaal zoveel als een gewone arbeider, net zoveel als bij Wisbrun en ik hoefde maar twee dagen te werken.
Enfin, ik ben in de kleedjes gebleven en heb zoveel verdiend dat ik een jaar daarna een nieuwe auto kon kopen: een Ford van 1929. Een donkerblauwe auto met rode biesjes. Die auto kostte toen tweeduizend gulden. Er waren wel wat reizigers die een auto hadden, maar die hadden ze allemaal op de reutel, op de pof. Ik niet.
Ik moest nog auto leren rijden ook. Dat kostte niets, de rijlessen waren bij de prijs inbegrepen. In één week kon ik rijden.
De auto stond in een garage voor twintig gulden per maand. Daar werd hij dan ook nog iedere dag door de baas van de garage voor gewassen. Toen ik die auto kocht had ik geen cent meer, maar een jaar daarna had ik weer tweeduizend gulden. Het was midden in de crisis. Er waren vijfhonderdduizend werkelozen. Net zoveel als nu. Maar eigenlijk waren er geen vijfhonderdduizend, maar een miljoen. Want die kleine winkeltjes die ik bezocht hadden nog niet het inkomen van een werkeloze arbeider. Een werkeloze arbeider kreeg een uitkering. Daar kon hij net brood van kopen en verder niets. Van een comité kon hij dan nog een onderbroek krijgen. Maar die kleine winkeltjes in al die dorpen hadden het nog veel moeilij-ker, want daar werd alles bijna op de reutel gekocht. Daar weet ik van mee te praten, want de eerste twee jaar ging het steeds berg op, maar daarna werd het steeds minder. Toen