boeren. Op zondag gingen ze meestal naar Deventer. Daar was of cursus voor ze, of ze gingen er naar toe om praktische zaken af te handelen. Ik denk dat ze daar ook Iwrietles kregen of theorielessen. De groep chaloetsiem bestond uit een stuk of twintig, dertig mensen in de leeftijd van achttien tot vijf-, zesentwintig. Bram Herschel was dertig. Dat vonden wij oud.
Dat ik zelf niet op hachsjara ging had te maken met de straffe lijn van mijn vader. Ieder jaar wilde ik wat anders studeren: het ene jaar wilde ik naar de toneelschool, het andere jaar wilde ik naar het conservatorium, dan weer wilde ik medicijnen studeren, maar mijn vader zei onveranderlijk: „Eerst school afmaken, dan zien we verder.” En toen was het oorlog. Als ik op een of andere manier de kans had gekregen, was ik waarschijnlijk wel met de alija-beth mee gegaan. Maar het was al oorlog en vóór de oorlog kon ik gewoon niet weg. Zionist waren de joden over het algemeen dus niet. Maar streng orthodox zoals je dat nu hebt, waren ze ook niet. Het idee dat er in Amsterdam een cheider is, daar sta ik nog altijd verbaasd over. De Nederlandse joden waren geassimileerd. Eigenlijk was het zo, dat een Nederlandse jood neerkeek op een Duitse jood en een Duitse jood keek neer op een Poolse jood en zo ging dat verder hoe oostelijker je kwam. Een cheider hoorde bij Polen en Rusland. Het hoorde bij het ghetto. Maar hier? Nee.
Werkelijk beleefd chassidisme bestond hier voor de oorlog ook niet, behalve misschien bij een aantal immigranten. Men las Buber. Dat wil zeggen, zionisten lazen Buber. Dat was filosofie. Ik heb me er nogal in verdiept, want ik vond het boeiend. Maar ik denk dat, in het algemeen, leiders in de Joodse Jeugdfederatie er afwijzend tegenover stonden.
In de Joodse Jeugdfederatie was ik zo ongeveer de jongste van de leiders. Op mijn vijftiende ben ik voor het eerst naar een kamp gegaan bij Vierhouten. Daar ook, op de Paasheuvel werd altijd de jaarlijkse landdag gehouden. Ik meen in een gebouw van de AJC. Ik schat dat er een paar duizend zionistische jongeren uit het hele land bijeen kwamen. Al die mensen bij elkaar, dat was geweldig. Er werd gezongen, er werd gedanst, er werden referaten gehouden, er was een voorstel-