zionisme betreft, aan de stok met mijn vader. Die vond het heel erg dat wij zionist waren. Hij hing, net als de anderen, de mening aan, dat Nederland neutraal zou blijven, dat de joden in Nederland gewone Nederlanders waren, dat er geen enkel verschil was. Hoe kwamen wij erbij om te zeggen dat er antisemitisme in Nederland bestond. Dat werd zondermeer ontkend.
Openlijk antisemitisme was er natuurlijk ook niet. Er bestond een soort salon-antisemitisme. Aan de andere kant was het toch wel zo, dat je als joodse student niet in het Leidse Corps kon komen. En het is ook zo, dat ik als klein kind op straat werd nageroepen met „jood”. Dat was heel gewoon. Dat hoorde erbij. Joden waren een aparte gemeenschap, die zondermeer werden geaccepteerd, daar niet van. Het waren „onze joden”. Wel „de joden”, maar toch „onze joden”.
Om terug te komen op het zionisme: zionist zijn was uitzonderlijk. Zionisten waren een beetje gek vonden de anderen. Mijn broer en mij maakte dat niets uit. Men vond ons toch eigenwijs. Wij lazen veel. Al op jonge leeftijd. Je kocht van je zakgeld boeken. Je las Nietzsche en al dat soort zaken op je vijftiende of nog eerder.
Op die avonden van de NZB kwamen uiteraard ook cha-loetsiem. Beroemde mensen, die nog voor, in of na de oorlog naar Israël zijn gegaan: de broers Slijper, Ben van Esso, Max Leezer, Heinz Sonnenveld, en de Deventer kern natuurlijk, zoals de Cohens. Er kwamen ook veel buitenlandse cha-loetsiem. In Deventer zat een grote groep Hongaren, Oostenrijkers en Duitsers. Mensen die al gevlucht waren, of die in Hongarije niets konden doen en speciaal naar Nederland waren gekomen om via Nederland op hachsjara te gaan. In de Wieringermeer zat de andere groep chaloetsiem.
Ik raakte zo erg betrokken bij het leven van die chaloetsiem. Hun leven was helemaal op het toenmalige Palestina gericht. Je zag de chaloetsiem ongeveer eens in de week als zij op de bijeenkomsten van de Joodse Jeugdfederatie kwamen. Die werden gehouden in het Beth Am in Zutphen. En ze kwamen in een bepaald café op woensdagavond, het Volkshuis. Meer een soort koffiehuis. De chaloetsiem kwamen daar bij elkaar, want ze zaten verspreid door de hele streek bij verschillende