een sjoel Het Rondeel. Mijn schoonvader was daar gabbe. In de Nieuwmarktbuurt kwamen nogal veel zendingsactivitei-ten voor, dat wil zeggen pogingen tot zending. Ik heb het gevoel dat nu meer niet-joden jood worden dan zich in al die lange jaren van mijn jeugd joden hebben laten dopen. Een enkeling,’ zoals de schrijver Herman de Man, ging misschien over tot het christendom, maar voor de Amsterdamse joden had de zending geen aantrekkingskracht. Het was hoogstens een nevenverschijnsel. Wel kregen de meeste Amsterdamse joden de Messiasbode. Dat was een krantje waarin altijd op bijzonder goedkope wijze reclame werd gemaakt. Er was bijvoorbeeld een kinderrubriek, waarin dan stond: Esther C., dat was dan Esther Cohen, of Saartje P., Saartje Polak... Nou, die Esther Cohen bestond niet en die Saartje Polak die bestond ook niet.
De zending deed toentertijd, wat je nu als sociaal werk zou kunnen kwalificeren: eten brengen aan straatsteen-arme mensen, hulp bieden aan asociale gezinnen. Die gezinnen konden er zelf niets aan doen dat ze asociaal waren. Ze hadden geen ondergrond en waren te arm om zich te verheffen. De zending probeerde die mensen naar zich toe te trekken. Er was in de Nieuwmarktbuurt geen enkele kinderopvang, geen enkele jeugdvereniging, niets. De kinderen zwierven over straat. Er was wel iets van de christelijk-gerefor-meerde zending. Dus gingen de kinderen daar maar bij. Dan kregen ze snoep en een of ander amusement en waren van de straat af. De zending deed dat met de bedoeling om te proberen de kinderen te zijner tijd te laten dopen. De kinderen gingen wel naar de activiteiten, maar tot dopen kwam het nooit. Mijn schoonvader zaliger heeft zich samen met Lion van Gelderen en verschillende anderen verdienstelijk gemaakt door het oprichten van een jeugdvereniging, die hoofdzakelijk was gericht tegen die zendingspraktijken en die voortkwam uit Het Rondeel. Het sjoeltje was eigendom van de chewre Mewaksjei Jousjer, maar werd Het Rondeel genoemd. De jeugdafdeling Bachoerei Mewaksjei Jousjer heeft tot in de oorlog bestaan en met veel moeite de kinderen van de straat af gehouden. Er hebben een heleboel mensen, con amore, aan meegewerkt. Ieder jaar als er feesten werden