OVERPEINZINGEN
De mensch is in velerlei opzichten een wonderlijk wezen, óók in dit opzicht, dat hij dikwijls over onbeteekenende dingen in toorn ontbrandt en kleine ongerechtigheden gestrengelijk bestraft, dat hij bij groote wandaden onberoerd blijft en onbelangrijke misdrijven hevig bestrijdt.
Indien iemand een museum binnentreedt, een bord van Delftsch aardewerk uit de vitrine haalt en het aan diggelen slaat, dan verschijnen daaromtrent sensationeele berichten in de nieuwsbladen, met beschrijvingen van den persoon des vernielers en zijn antecedenten, met vermelding, indien mogelijk, van de beweegredenen, die tot de vandalistische daad hebben geleid; de menschen nemen daar gretig kennis van en de wandaad is het onderwerp van hunne gesprekken; de suppoosten hebben den dader gegrepen en aan de politie overgeleverd; een strafvervolging wordt ingesteld en het einde van het lied is, dat de man voor eenigen tijd in een cel wordt opgesloten, alwaar hij gelegenheid heeft na te denken over zijn misdraging. En de gemeenschap is voldaan, nu het vernielen van een oud en schoon, althans werkwaardig kunstvoorwerp, naar behooren is gestraft.
Aan een gracht, in de stad waar deze drieste daad geschiedde, staat een fraai oud huis. In de 17de eeuw heeft een geniale bouwmeester het „geordineerd” en de vlijtige handen van vele intelligente werklieden hebben het naar zijne aanwijzingen gebouwd. Drie eeuwen staat het daar, schoon van opzet, goed geproportioneerd, en fraai versierd. De tijd heeft de schoonheid van het huis verhoogd, heeft het met een eigen atmosfeer omhuld, aan het geheele samenstel van steen en hout het „patine” geschonken, dat er het bijzonderste van is geworden. Geslachten van bewoners hebben het met liefde onderhouden en verzorgd, bijgedragen tot verhooging van zijne schoonheid. Zoo heeft het daar gestaan, drie honderd jaren, even heerlijk als eerbiedwaardig, een kunstwerk, zooals het tegenwoordige geslacht niet vermag te scheppen, een sieraad voor de stad, een lust voor de oogen.
Maar nu komt er een man, die zich den eigendom van het huis verzekert en het sloopt, om er een modern, karakterloos of leelijk winkelhuis voor in de plaats te zetten, of die de benedenverdieping uitbreekt, om een moderne winkelpui te kunnen aanbrengen, en, om ruimte voor zijn bedrijf te krijgen, den geveltop verwijdert en op het oude huis een nieuwe ver-
Het kleine land 11
161