Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



kan worden gesteld met hetgeen verloren gaat en dit dus niet waardiglijk vervangt. De gebruikelijke moderne dennen-aan-plant, waarbij vooral commercieele overwegingen en bedoelingen in het spel zijn, kan geen vervanging genoemd worden van de oude bosschen, die aan winzucht, villabouwerij enz. opgeofferd werden, of welker bezitters niet langer bij machte zijn hen in stand te houden. De bosschen van Wassenaar en van Kennemerland, van het Stichtsche en het Geldersche, de Brabantsche wouden, die van Twente, van de Graafschap, van den Achterhoek, van Gaasterland en van Beetsterzwaag — het voornaamste slechts wordt genoemd, doch er is in alle provinciën nog vrij wat mooi hout — naar hen gaat ons hart uit. Daar verheugt verscheidenheid van boomen het oog en huist een rijke dieren-, vogel- en plantenwereld. Daar is geur en kleur — immer wisselende kleur, van de fijne schakeerin-gen van teeder lentegroen tot de vlammende tinten van geel en bruin in den herfst. Daar zijn de heerlijke boschbessen voor het grijpen. De kamperfoelie geurt er en de zwammen leven er hun geheimzinnig bestaan. Daar is nog niet alom de wetenschappelijke, commercieele boschbouw overheerschend, zoo-dat er nog holle boomen zijn en andere gelegenheden tot nestelen en broeden voor de vogels, die daartoe holen behoeven. Daar is de wijding van het getemperde licht, van de heilige rust, van de groene koepelingen en diepten. Daar liggen vijvers en plassen, met de hun eigen plantengroei en dieren- en insectenwereld, te droomen in den groenen dag en den fluweelen nacht, beschermd door de alom in statigheid staande machtige reuzen van het woud.

Talrijker dan hier zijn in vele landen de bosschen, en uit-gestrekter dan de onze. Doch schooner, liefelijker, indrukwekkender zijn zij nergens. Tot de schoonheid des lands dragen onze bosschen dan ook in zeer groote mate bij. En onze niet in wouden bijeenstaande of tot bosschen gegroepeerde boomen eveneens. Wat zouden de grachten onzer groote en kleine steden zijn zonder hunne (helaas blijkbaar tot ondergang gedoemde) statige, monumentale, sierlijke olmen? Hoe menig pleintje, straatje, kerkje, in dorp en stad, wordt niet verlevendigd, dankt niet kleur en stemmigheid aan een groepje boomen! Hoe verrassend schoon is niet de aanblik van met boomen beplante dijken en oude vestingwallen. Hoe nauwelijks te zeggen bekoorlijk is of was niet de werking der boomenrijen en -groepen langs vele onzer rivieren, langs de Utrechtseh-Hollandsche en langs de Overijselsche Vecht, langs

76

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.