nabijheid van bedenkelijke instellingen in de Warmoesstraat: Mijdt demeid. Een zeldzame bijzonderheid van de Beurs is, dat haar hoofdgevel prijkt met het portret van den bouwmeester in relief-beeldhouwwerk, door Zijl vervaardigd. Het Gemeentebestuur heeft het er, als blijk van waardeering voor den schepper van het gebouw, doen plaatsen.
Eene bijzonderheid van min of meer persoonlijken aard mag thans, nu bijna veertig jaren zijn verstreken, wel openbaar worden gemaakt. Eenigen tijd vóór de opening kwam een der werklieden, die bij den bouw van de Beurs dienst had gedaan, schrijver dezes mededeelen, dat eenige anarchistisch gezinde arbeiders tijdens den bouw buskruit en dynamiet in de fundeering hadden verborgen en dat deze stoffen tot ontploffing zouden worden gebracht als de Koningin zich ter gelegenheid van de openings-plechtigheid in het gebouw zou bevinden. Schrijver stelde den bouwmeester onmiddellijk hiervan in kennis. Een grondig onderzoek werd ingesteld, doch niets verdachts werd gevonden en men weet het: er gebeurde ook niets. Waarschijnlijk hadden eenige arbeiders met den boodschapper een loopje genomen.
Amsterdam is nog een derde beursgebouw rijk, de Diamantbeurs, op het Weesperplein. In het verleden kwamen de kleine diamantkooplieden bijeen in koffiehuizen op het Rembrandtsplein. Later stichtten zij ver-eenigingen, die handelslokalen bezaten, genaamd Golconda en Adamas, beide gevestigd in oude patriciërshuizen op de Nieuwe Heerengracht. Zij verdwenen en in hunne plaats kwam de Vereeniging Beurs voor den Diamanthandel, die aanvankelijk gevestigd was in het gebouw Casino, Waterlooplein, doch in 1911 een grootsch beursgebouw stichtte op het Weesperplein. Een andere vereeniging, Concordia geheeten, stichtte korten tijd daarna een kleiner beursgebouw op hetzelfde plein. Deze vereeniging werd eenige jaren geleden opgeheven; haar gebouw werd gesloopt; waar het heeft gestaan, bevindt zich thans het nieuwe gebouw van De Joodsche Invalide.
Tot de voornaamste hulpmiddelen van nijverheid en handel behooren de posterijen, de telegrafie en de telefonie.
Wijkmeester Meijer heeft aangaande de post slechts het volgende te vertellen :
„Om de gemeenschap met de Vier(!) Werelddeelen te onderhouden, is in deze Stad aan het Generaal Postkantoor een zeer uitgebreide Brieven Posterij, welke dagelijks de Brieven ontvangt en verzend. Voorheen behoorde deze aan de stad, maar zedert het Jaar 1748 aan het Land, welke de Directie daar over heeft; verscheide Tarieven, wegens de Brieven-
228