OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
1.2. Respondum van Rabbijn Zolty
HaRav Ja'acov Betsalel Zolty, ztl., de vroegere opperrabbijn van Jeruzalem, heeft de gedachte geaccepteerd van een voor-huwelijks contract dat de echtgenoot dwingt zijn vrouw een get te geven in opdracht van een Joodse rechtbank. Hier volgt zijn responsum.
27 Tishri 5743/14 oktober 1982
Allereerst moet ik u1 vragen mij te vergeven dat ik niet onmiddellijk gereageerd heb in deze ernstige zaak: het rechttrekken van de situatie van agoenoth (vrouwen die niet kunnen hertrouwen doordat ze weliswaar gescheiden leven maar hun echtgenoot hun een echtscheiding volgens het Joodse recht weigert). De kwestie is geenszins aan mijn aandacht ontsnapt, maar mijn reactie heeft voortdurend vertraging opgelopen doordat er beslissingen over praktische halachische kwesties genomen moesten worden, niet over theoretische aangelegenheden maar over concrete zaken.
Maar nu heb ik de tijd uitgetrokken om de kwestie te overdenken en mijn suggestie op schrift te stellen.
Zoals ik u al gezegd heb, is de eenvoudigste oplossing dat de echtgenoot zich bij het aangaan van het huwelijk moet verbinden om voorzieningen voor het onderhoud van zijn vrouw te treffen, zodra er een burgerlijke scheiding of een echtscheiding is en zij niet kan hertrouwen als gevolg van zijn weigering om een echtscheiding toe te staan (bKet 97b,. B.M 12b). Hij moet dan $ 2000,- per week betalen totdat hij zijn vrouw echtscheiding toestaat. De man zou dan echter het recht hebben de zaak voor een gezaghebbende rabbijnse rechtbank te brengen om gehele of gedeeltelijke ontheffing van deze verplichting te verkrijgen. (Dit zal het volgende voordeel hebben: aldus is de man gedwongen met zijn verzoek om hulp voor een rabbijnse rechtbank te verschijnen, zodat deze rechtbank de man onder druk kan zetten of kan overreden een behoorlijke echtscheiding toe te staan.)
178
1 Letterlijk "hem". Zoals gebruikelijk in rabbijnse brieven wordt de ontvanger steeds aangesproken in de derde persoon. Dit heb ik veranderd om het in overeenstemming te brengen met het algemene Nederlandse taalgebruik.