en afstoting, gisting, zuiging, verbinding en ontleding van een hele hiërarchie van krachten, die hun oorsprong en wezen hebben in het hoogste geestelijke zijn, de volstrekte eenheid en rust, en die door de ongelukkige verbinding met de materie in een onafgebroken spanning en trekking worden gebonden. Het was de obsessie van die eeuwen, dut men aan de driftige, telende, barende, bloeiende en stervende, verrukkende en bedriegelijke materie gebonden was: dat was de last van onontkomelijke noodzakelijkheid, die de geslachten elkaar overleverden als een slechte erfenis en waaruit de ziel krachtens de resten van haar goede herinnering aan voortijdelijke existentie wegverlangde, tot vrijheid, tot pneumatische spontaneiteit, tot goddelijke eeuwige oorspronkelijkheid. Die weerzin in het lichamelijke bestaan, dat toch moest worden gekend en zelfs genoten, en dat wonderlijke geestverlangen, karakteriseren die eeuwen en hebben o.a. het aanzijn gegeven aan dat onvatbaar grillige en flonkerende verschijnsel van de gnostiek.
Tegenover dit dualisme heeft het Joodse principe de volstrekte eenheid in de positieve wil tot deze schepping onwrikbaar volgehouden en zijn vreugde aan de materie niet verlochend. Het hcilig-bovennatuurlijke wezen Gods was boven alle ongerijmdheden verheven en troonde in almacht en wijsheid en barmhartigheid boven het werk zijner handen. De verregaande vrijheid, waarin hij de mens als zijn gedelegeerde op aarde liet, drukte juist uit hoe hij het menszijn bedoelde: als een partnerschap, een verbond, weliswaar op eenzijdig Goddelijk initiatief rustend en steeds rekenschap en verantwoording eisend, maar op de basis van erkenning. wil en handeling, gehoorzaamheid en liefde. Hoe ingrijpend deze hoge visie was toonde hei Jodendom goed te beseffen door met hand en tand vast te houden aan het particuliere karakter van dit verbond en door zich in de grond te blijven verbazen over de onnatuurlijke gunst, waarin de uitverkorene zich mag verheugen. Maar door deze gesteldheid was de Joodse mens aan het cosmisch proces ontheven en in een partnersituatie met zijn goddelijke initiator geplaatst, die de problemen van hei goede leven vóór alles
95