eer, hoop, en wat dies meer zij, wordt naar Christelijk oordeel oneindig overtroffen door wat uit de geest voortkomt. In deze heilige geestesorde ontplooit de goddelijke souve-reiniteit haar vrijheid en heerlijkheid.
Ziet het probleem van bloed cn geest op de bron, meer naar de inhoud wordt het Joodse vraagstuk gevat onder de begrippen wet en evangelie. Dit is de vraag naar de ware gerechtigheid, het goede zijn, de godgevallige existentie, het probleem der ethiek in zijn wezen en kern. De oudtestamentische visie greep beide momenten samen, cn stelde de mens onder de bindende wet in gehoorzaamheid, maar iegelijk onder de vrijmakende genade en vernieuwing. Van deze beide momenten heeft het Jodendom na het exiel voornamelijk het ene moment der wet ontwikkeld door de centrale plaats aan de Tora gegeven. De wettische levensvisie en levenspraktijk had het doel en ook de werking van een bewaren van het Jodendom bij zijn eigenheid; ze ontwikkelde tegelijk het besef van eigen gerechtigheid op grond van prestatie. Deze invloed heeft de wet ook in de Christelijke kerk in hoge mate gehouden, hoewel de nieuwtestamentische inzet overduidelijk het gezichtspunt van de wet heeft vervangen door dat van het evangelie, de vestiging van de gerechtigheid Gods in de als overtreder ontmaskerde mens. Evangelie werd de dieper funderende bedeling. De wet werd daartegenover ondergeschikt, voorlopig, secundair: om haar vervulling was het te doen, vervulling in volledigheid van liefde. Die liefde werd in de grond verstaan als hoogste vrije genialiteit, opbloeiend uit de donkere schoot van het met Christus sterven en opstaan. Sterven juist door en aan de „wet”, de eigen gerechtigheid, en opstaan in een nieuw kindschap.
Waar de prestatie in zo hoge mate de ethiek dreigt te gaan beheersen is de kerk aan de wereld juist de duidelijke heen-w ij zing naar die andere grondslag van existentie meer dan ooit schuldig. Zij kan dit doen aan het Joodse probleem, voorzover zij hei erkent als haar eigen probleem van wet, die steeds weer haar plaats zoekt ie handhaven en uii te breiden binnen de fundering van het evangelie. Ook hier
16^