3CXX1
van Jen voorgaanden makamad in zijne plaats gesteld worden, om met do overige leden het punt te bespreken. Blijft hij daarin in gebreke, dan zal de mahamad, zoodra hij van de omstandigheden kennis heeft, uit eigen beweging een plaatsvervangend lid benoemen.
Art. 35.
Men zal voor de overledenen slechts kunnen laten Escava (gebed voor de zielrust) zeggen, gedurende het jaar sedert hun overlijden, en wel bij het openen van den hechal en bij het wegdragon van don safer van do teba. Zij, die voor den safer geroepen worden, kunnen Escava laten zeggen voor wie zo willen en op den dag van Kipur (Grooten Verzoendag) zal voor allen — voor wlo dit gewcnscht wordt — dit gebed gezegd worden.
Art. 30.
De heilige gebroederschap Hes-Haim (onderwijs in de Wet) opgericht door de gemeente Bet-Jahacob, zal blijven voortbestaan en beheerd worden door do bestnurderen volgens de reglementen van genoemde instelling.
Art. 37.
Voor het uoteeren en incasseorcii der offergelden voor het Heilig-Land en voor do Gevangenen zal de makamad een penningmeester benoemen en naar de behoeften daarmede elk jaar voortgaan. Zij, die tot deze Godvruchtige instelling weuschen bij te dragen, kunnen dit naar goedvinden doen.
Art. 38.
De mahamad zal jaarlijks niet meer mogen nitgeven, dan de inkomsten en belastingen der gemeente bedragen en zal daarvan in geen geval mogen afgeweken worden.
Art. 39.
De Hazan (voorlezer) zal niemand bij het roepen voor den Srpher zonder toestemming van den mahamad mogen tituleeren of miseberah (een zegewensch) geven. Doet hij dit, dan beloopt hij telkens eene boete van ƒ3.
13