danen te veroveren. Nu doet men het voorkomen alsof deze plaatsen beter door de Arabieren dan door de Joden zouden beschermd worden. Waarom stelt men in deze Arabische beschermers zoveel vertrouwen? Soms omdat zij hun eigen moskeeën als forten hebben beschouwd of omdat zij in het verloop van de latere oorlog alle Joodse heilige plaatsen in Jeruzalem hebben verwoest? Pastor Hall, een Engels geestelijke was in Engeland tijdens deze oorlog. Hij heeft in Engeland op een openbare meeting verklaard dat door de Joden alles gedaan is om de heilige plaatsen niet alleen te sparen maar te beschermen.
De Joden waren ondanks hun meerderheid in Jeruzalem bereid om deze stad die toch bij geen volk zozeer de naam ,,heilige stad” verdient als bij Israël onder internationaal bestuur te stellen.
De Arabieren aanvaardden ook dat niet. Zij wilden de koning van Transjordanië plaatsen op de troon van David. Het blijft een eeuwige schande voor de Christenheid dat zij niets dan woorden heeft gevonden toen de Heilige Plaatsen moesten worden beschermd.
Of besefte zij dat een bescherming der Heilige Plaatsen slechts dan effect zou hebben wanneer ook het heilig recht werd beschermd — en was zij na zoveel halfslachtigheid daartoe onmachtig?
Jeruzalem te bewaren voor vernietiging door oorlogsgeweld — had ooit een generatie zo schone gelegenheid om van echte devotie, liefde en aanhankelijkheid te getuigen ?
De enige martelaren die voor Jeruzalem vielen, zijn de jongens van Kfar Etsion de nederzetting van Joods-orthodoxe Zionisten, ter bescherming van de heilige stad, vlak bij Jeruzalem gesticht. De kolonie
149