antwoordt mij Zippstein, die alles afweet van de concurrentie Amsterdam-Rotterdam, Rotterdam-Ant-werpen.
„Laat ik U het antwoord geven dat Uw landgenoot Hoofiën hierop heeft gegeven: Het ligt niet in de bedoeling om te wedijveren met Haifa op het terrein dat nu eenmaal het terrein van deze haven is. Tel Aviv heeft niet de ambitie om eindpunt te worden van een oliepijpleiding, evenmin om marinebasis te worden, of internationale haven. Maar zijn eigen district en Zuid-Palestina in het algemeen vormen het achterland waarop de haven recht heeft, de feiten bewijzen het.”
In de haven klinkt luid en doordringend de stem van de arbeid, van het nieuwe Joodse beroep: varen. Ik besloot om voor ik naar Haifa ging, ook nog eens in een kleine havenplaats rond te kijken.
94