Het oogenblik

Titel
Het oogenblik

Jaar
1935

Druk
1935

Overig
1ed 1935

Pagina's
157



Daar klopte iemand aan de deur. De stem van zijn moeder riep hem, ze riep „Johan!” en nog eens „Johan!' Of ze bang was.

Toen, in één machtig overwinnend oogenblik zoog hij zijn longen vol met de bedompte lucht om hem heen, zijn neusvleugels spanden zich, hij rook en proefde de afschuwelijke atmosfeer, hij wilde ze proeven. En hardop, kort, afgebeten, gaf hij zichzelf het antwoord. „Toch wel. Ik kan willen. En denken.”

Nog eenmaal vestigde zich de scherpe, vorschende blik van den student op den dooden man, geen trek van het verstijfd gelaat, geen nuance van het vaalvlekkig doodenmasker ontging hem, ■—- toen zonk alles weg diep beneden hem tot onverschilligheid. Hij trok zijn natten regenjas uit en bedacht onderwijl: „Ze hebben de kist te lang opengelaten, ■—- morgenochtend pas de begrafenis, waarom laten ze dat zoo lang open? die vlekken worden al bruin, ■— ach, natuurlijk, ze hebben het opengelaten voor mij, -— om te zien.”

Nu had hij dus gezien wat gezien moest worden.

En wist wat hij weten moest. Dit was dus het einde van vader. -—

En zijn eigen begin, .—-

Toen hij de deur ontsloot voor zijn moeder zag die het allereerst de rechtstandige lijn tusschen zijn wenkbrauwen, die daar nog niet was geweest. Ze strekte de handen omhoog naar zijn hoofd om het te troosten. Maar hij keek over haar heen en bukte zich niet, wel sloeg hij zijn arm om haar schouders en streek over haar haren.

Dit alles gebeurde in een anderen tijd.



91

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.