van moes. Ging direct ’s avonds om 10 uur aardappels schillen, hoewel doodmoe. Ro was er niet, Ru vroeg verbaasd wat al die piepers betekenden, voor Zondag nl. mee. Zaterdag vreselijk gehaast om klaar te komen met alles, Ro van 10.30 uur tot 1.30 uur naar de distributie, dus ik zwoegde maar en was zo moe als in lang niet. Hele middag vol angstige spanning gewacht tot ik om 5 uur het bad voor het kroost liet vollopen en niemand meer verwachtte. Ineens Francesco’s lawaaistem. Hij zwaaide met een telegram. Ik direct: daar heb je het al, komt natuurlijk niet. Maar ‘Haal Rita 5.10 trein A. ’En het was 5 uur. Ik sprong op de fiets, trapte me een ongeluk, stromende regen, door en door nat, had alleen mijn dunne regenjas aan. Alles gaf af, later blauw en rode armen van de kleuren. Kwam goed op tijd, na 5 minuten verscheen Rietjes zonnegezichtje, een prachtbos gele tulpen, vaders tas, vrolijk, stralend. Zus, ze is zo knap geworden, onbeschrijfelijk. Die stralend blauwe ogen, zo diep, met die lange wimpers, héél, héél witte rechte tanden, bloedrode lippen, rode wangen en dat stralende blonde haar in 2 vlechten. Een enig figuur. Ik moest haar die twee dagen aldoor aankijken, ze is het knapste kind, dat ik ooit heb gezien. En ze was zo schattig. Zo enthousiast over het huis, de kinderen, alles. Ze heeft met volle teugen genoten en ik ook. We hadden in het winkeltje koeken gekocht voor ’s avonds en zalige roombollen, ook voor hen hier en we zouden dus vroeg naar bed. Maar daar kwam niets van, want Ro wilde zo graag plannen maken voor Zondag. Ik was eerst een beetje kwaad op Ro, want nog niet goed weer thuis met Rie moest ik Erik naar bed brengen en natuurlijk was er nog geen tafel gedekt en niks. Toen we met Erik op het kamertje waren moest ik bij het zusje even mijn hart luchten, dat ze mij zo graag laat werken en zelf geen klap uitvoert. En ineens zegt het zusje “Ze heeft alles gehoord. ” Waarachtig, zus. Vanaf dat ogenblik was ze als omgedraaid. Ze vloog gewoon. Ik mocht niks meer doen. Het is zo erg dat Zondagavond toen we thuiskwamen, Erik op bed lag, de tafel gedekt was met nette borden, messenleggers, zoals ik het hier nog nooit heb gezien en alles kant en klaar. Nou ja en nu helpt ze afwassen, geen ogenblik zit ze stil en dweept tegen mij, dat ze nu toch zó opgeknapt is en weer goed kan werken.
Ik vind het ergens wel leuk, en juist die woordeloze ruzies, die heb ik wel nodig, ik houd daardoor juist van haar omdat het daarna altijd des te mooier is tussen ons. Ik had het er gisteren