En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



‘k Heb vanavond een wandeling gemaakt door de polder, weet je waar ik aan dacht, Els. Alle bomen zijn bij ons weggestolen. Waar moeten nu toch de vogels wel heen. Ze moeten toch nestjes bouwen en zingen in de hooge bomen. Alles en alles wordt toch wel getroffen. Maar het einde nadert toch. Er vloeit veel bloed, er is groot leed. Maar het leven roept en lokt en we luisteren vol aandacht. Vrouwke, ’t was geen diepzinnige brief, toch was ik heel even dicht bij je hoewel m’n visite met elkaar zit te praten en ik toch af en toe afgeleid word. Houd je goed. Veel liefs van ons allen hier, ’t kleine jongentje is een wonder en onze grote troost. Je moest hem eens even kunnen meemaken. Zonnig en schattig en levensblij. Mijn grote rijkdom, Els. En die twee blonde dochters worden zo groot en zijn zo dapper. Wil je Roos, die een goed moedertje voor je is, heel hartelijk van me groeten. Ook Ru en de kinders.

Je vriendinfor ever

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.