Amsterdam, 19 october 1943 Beste Ro,
Tusschen Marijke en Wim is het weer volkomen in orde. Wij hoopen van ganscher harte dat het goed mag blijven gaan. Hij voelde zich bij ons (Werner-Wim was nog steeds in Den Haag ondergedoken) best op zijn gemak en komt spoedig weer eens terug.
Woensdagmiddag vertrekken wij om 12.45 uur uit Amsterdam en komen dus 13.39 uur in Den Haag aan. Kom je ons afhalen? Gaat het niet dan breng ik Marijke even bij je.
Tot woensdagmiddag.
Vriendelijke groetend, Jo *4
Hier volgen enkele fragmenten van de door mij voor 5 december (1943) gewrochte momentopnamen uit het dagelijks leven in huize Jenny:
’s Morgens om zes uur vroeg zet ik al het water op en dan heb ik tijd genoeg thee te drinken uit mijn kop.
Drie sneetjes zo dun en fijn Dat slechts ik ze ontwaar boter, jam, kaas met komijn, een laagje vet, hup, klaar!
Jas aan, hoed opgezet mijn reistas met brood; jongens, half acht, uit bed! mijn benen zijn lood.