Het is reuze warm. Echt fijn weer. Ik lig op bed te lezen. Droom een beetje. Voel me akelig. En dan komt Greet. Vrolijk, blij. En ik heb een beetje spijt dat ik niet ben opgestaan. Maar het kan me ook verder niet schelen. Nog iemand is gekomen. Beata, een oude jonge-juffrouw. En zo ontstaat er plotseling een opgewekt geheel van stemmen. Vanmorgen zijn er Engelse tanks gezien in het dorp. Het is net een sprookje en het is niet waar ook. We geloven het geen van allen. Toch willen we gaan kijken. Ik voel geen pijn meer. Ga mee. Stil, doodstil is het als we de dreef afrijden. Geen levende ziel te zien. Zouden dat de Engelsen zijn? “Welnee, meid, we zijn beduveld, ” zegt Greet. Niks hoor. Bij de bakker staan ze op een rijtje, gillen of we komen kijken naar de Tommies. Een korte spanning... een klein hoeraatje en daar zien we ze. De eerste pantserwagen op Nederlandse grond. Voor ons de eerste. We kijken achterdochtig. Houden ze ons niet voor het lapje, zijn het misschien moffen in een ander uniform. Nee, hoor. Ze rijden door en wij er achteraan. Bij de marechausseekazerne blijven ze staan. Een heleboel zijn het nu. Direct dicht omringd door mensen, die willen kijken, horen en... hebben. Het lijkt wel een bedelwijk in de stad zo staan ze allemaal hun handen op te houden voor het Canadese wonder. Snoep en... sigaretten. Het is gloeiend heet. Het lijkt wel alsof de vreemdelingen de zon hebben meegebracht, want zelf zijn ze allen donkerbruin verbrand. Het is een film, maar de sterren leven in werkelijkheid.
Niemand ontbreekt. Allen zijn ze gekomen om met eigen ogen het wonder te aanschouwen: de eerste Canadezen in Dwingeloo. Dit is het begin van het einde. Hoelang zullen we nu nog moeten wachten? Pantserwagens rijden heen en weer. Drommen mensen wandelen vooruit, terug. Het lijkt Zondag, maar dan een speciale, feestelijke Zondag. De bosrand ligt er stil en verlaten bij. Niemand denkt nog aan voeren of melken. ‘De bevrijders komen, ’ is hét zinnetje, dat overal weer opduikt, net als de onderduikers, die op dit ogenblik hebben gewacht. Hoor ik er