tegen enige vliegtuigwrakstukken aan. Een daarvan sleepte hij mee naar huis, naar zijn werkplaaats en toverde het om tot . . . een badkuip. Wel moest je voor het gebruik van deze aanwinst vele liters water oppompen en verwarmen, maar het resultaat bleek voor de ‘bader’ - althans naar mijn beleven - paradijselijk.
Het was Rudolf ook die voor elke badscène de kuip aansleepte, op de vrije ruimte tussen aanrecht en eethoek installeerde en de benodigde hoeveelheid water uit de diepte oppompte, naar de Wigwam sleepte en hielp bij het verwarmen ervan. Na afloop van het badgebeuren herstelde hij samen met Roos of mij het gezicht van onze woonkamer-keuken.
Met het oog op de voor ons volwassenen vereiste privacy en het toezicht op de kinderen moest de kuip dan wel tijdig worden besproken.