XIV.
ONDER LEIDING VAN-DEN-IJZEREN-POOT.
De troep die Willem-met-den-ijzeren-poot volgde, mocht gezien worden, volgens het oordeel van schele-Ko. Hij herhaalde dit tot vervelens toe tegen Joop Ranschoen, bij wien hij zich naar gewoonte had aangesloten. Zeer tegen diens zin, dezen keer.
Joop was namelijk een beetje ongerust over Douwe en verlangde er naar hem te zien en te waarschuwen voor de verdenkingen die tegen hem waren opgerezen. Hij nam zich voor hem te raden, voortaan geregelder de vergaderingen bij te wonen, om zoodoende allen argwaan te voorkomen.
De goedige jongen met zijn sullig karakter was hem sympathiek geworden. Wel hinderde het hem somtijds dat hij, zich steeds dringerder bij de familie Smikkel aansloot, en het Mientje danig lastig maakte met zijn eerbiedige aanbidding, doch steeds verzoende de gedachte, dat zij bovenal toch van hém was, hem weer spoedig met Douwe’s hond-sche verliefdheid.
Hij ontveinsde zich trouwens niet, dat hij zelf Douwe op haar opmerkzaam had gemaakt, maar dat speet hem geen oogenblik. Integendeel hield hij zich voor, dat hij alle redenen tot tevredenheid had, met zijn diplomatie en met de
27