buiten ons kringetje, die het geheim wisten. Bij hen verkleedde ik me telkens en mevrouw Baars hielp me zóó uitmuntend, dat ik in den kortst mogelijken tijd van kleeren kon verwisselen.”
„Wanneer kreeg U verdenking op haar ?” vroeg dokter Durieu.
„Vanavond, toen net even voor het spelen van uw a.s. schoonzoon de tent van de waarzegster gesloten werd. Reeds gisteren viel me dit op, maar ik bouwde op Uw verzekering, dat Tine schor was en begreep niet, hoe ze dan zóó zou kunnen praten als ze al die dagen deed.”
„Ai mij,” lachte dokter Durieu.
„Ik vrees, dat ik door die grap het vertrouwen verloren heb. Maar ’t was een leugentje om bestwil, dat bewijzen de volle kwartjesschalen.”
„Het vertrouwen in onzen dokter kan door niets geschokt worden,” zei de Burgemeester ernstig.
„Dank u, burgemeester,” zei dokter Durieu getroffen.
Om Tine, de heldin van den avond, stond een kring van menschen de donkere, glanzende haren te bewonderen, die uit den hoofddoek kwamen en die hen zoozeer op een dwaalspoor gebracht hadden.
„Allemaal gehuurd,” lachte Tine.
Toen baande Ernst zich een weg door den kring der menschen en terwijl hij zijn
109