dieren, die zoo'n ruime plaats in m'n hart hebben: Minou en Krullie.
Minou is een groote, grijze poes, een lieverd! Krabt nooit, geeft altijd kopjes, houdt van de gezelligheid. Zit ik op m'n werkkamer, Minou neemt plaats op den divan, nestelt zich in de kussens.
Zijn we een heelen dag weg geweest, dan zit het poezenbeest boven aan de trap op ons te wachten, holt ons met vreugde-
roe-roe-roe-geluidjes tegemoet en er komt geen einde aan het streelen langs onze beenen.
Krullie — al wat ik daarvan vertel is te weinig. Hij is een hoopje
witte wol met in z’n krullen-snuitje een driehoek, zijnde z*n twee zwarte oogjes en het zwarte neusje, net een stukje drop!
Krullie is een circus-hond, zeggen
we altijd. Hij doet vele schoone kunsten. Springt over stokken of men-schenruggen, zit mooi, flaneert op twee
pOOtjeS. Krullie.
Z'n parade-kunst is het mooizitten op den rug van Floor, den grooten bruinen jachthond van m'n dochter.
Minou en Krullie zijn dikke vrienden. Dit zijn ze niet ineens geworden. Vele schermutselingen gingen dezen innigen band vooraf, waarbij krabben en beten werden uitgedeeld en Minou, achterna gezeten door Krullie, naar hoogere gewesten vluchtte en daar bleef boudeeren tot honger haar weer naar beneden bracht. Maar na een doorgestane ziekte van het kattenbeest, waarbij ze eenige weken in het poezen-ziekenhuis verbleef, kwam de verbroedering van hond en kat, Krullie liep steeds Zoekend door het huis en miste zfn vechtkameraadje.
56