tuurlijk om vaders nagedachtenis, en om haar, die vaders deftigheid geërfd had! Moeder was een best mens, maar geen dame. Ze moest telkens als een kind op alles gewezen worden...
Juffrouw De Boer voelde zich met nadruk uitverkoren,-ze verafschuwde de modernen in alle graden en schakeringen, ze verfoeide Roomsen en ze had een diepe minachting voor Joden.
Toen dan ook indertijd Leentje's moeder voor haar dochtertje plaatsing was komen vragen, had ze maar niet zo dadelijk erin toegestemd een Jodenkind, het eerste, op school te nemen! Ze had het zelfs een dag in beraad gehouden, niet alleeen om juffrouw Levis-son te vernederen en dadelijk te laten voelen, wie ze vóórhad, maar omdat ze toch niet, zonder haar eigen moeder erin te kennen, tot zulk een stap besluiten wilde.
Doch 's middags aan tafel had haar moeder gezegd-wat zij ook zelf al had gedacht, maar wat moeder maar liever uitspreken moest -dat geld geld bleef, van wie het dan kwam.
En Leentje's ouders waren nette, heldere mensen, voor Joden-dan-altijd, dat wist ze van hun gemeenschappelijke schoonmaakster, en goed van betalen, zei de melkboer, en een mooie zaak-je kon nooit weten of je er niet eens voordelig een oud dingetje kwijtraken kon, en, Joden waren ook mensen, je mocht ze niet verstoten en elk kwartje was er een, en wie weet, was 't geen zegen voor de ziel van het kind,-Gods wegen waren immers wonderbaar-schoon een Jood nog verstokter dan een heiden was!
En juffrouw De Boer had toen zelf met trots verteld dat juffrouw Levisson op de roep van haar school was afgekomen, en dat Leentje nergens had kunnen leren breien, zo wat broddelen niet meegerekend. En 't school van dat mens met die bochel ging zo achteruit, had ze gehoord,-en elkeen wou zijn kind toch niet bij de nonnen doen, die afgoden-dienaressen, die kwezels, die nog altijd haar ergste concurrenten waren. Want ze vroegen maar twee dubbeltjes en zij wou 't niet minder dan voor een kwartje doen.
En ze had haar moeder ook verteld, hoe ze juffrouw Levisson afgescheept had, en gezegd dat ze 'haar verzoek in beraad nemen zou', -en hoe giftig de dikke Jodin toen geworden was, al had ze gelachen en niets laten blijken, - natuurlijk niet, dan zou ze 't onhandige
214