huis, met een plat dak en een tuin waar granaatappelen en dadelpalmen bloeien.... Maar, Moeder, waar is dat dan allemaal? In Spanje.... in een stad die Za-ragossa heet.... O, hoe mooi, hoe prachtig klinkt dat.... Zaragossa! Heeft Vader zich dan ook naar die stad verplaatst?
Ze zijn weer stil en slikken, en ademen diep.... de prop zit er nog, als moesten ze met vragen nog bijna beginnen en toch zit hun hoofd al vol van alles wat moeder ze heeft verteld. Er is wel even een zoete zinking.... Staat dat nu allemaal op die groote vellen, Moeder, in het bruine pak? En wat gebeurt er dan verder, hoe wordt dat dan een feuilleton in het ״Joodsch Familieblad."? Vader heeft het toch immers naar den Uitgever gestuurd! Een uitgever.... Is dat ook al een apart beroep? En kun je dan nog wat anders uitgeven dan geld ? Hè, waarom zou dat nu zoo moeilijk om uit te leggen zijn? Laat Moeder het maar eens probeeren, ze zullen goed luisteren en best alles begrijpen.... Wat is een uitgever? Dat is de mijnheer, waar de krant van hoort.... De Uitgever van het Joodsch Familieblad heet mijnheer.... Moeder kan ineens op den naam niet komen.... Wacht maar even, wacht maar even.... waar is de krant van verleden week.... het staat er altijd bovenop.... kijk.... hier: „Rosenstein en Van Gelder", het zijn er wel twee, Moeder! Neen, dat is de Firma. Hè...? Toch maar weer niet vragen, liever doen of ze alles begrijpen wat Moeder zegt. De Firma, juist! Stil, moeder weet het al, de uitgever heet mijnheer Wittelsthal, en diezelfde mijnheer Wittelsthal.... Daar gaat de bel.... dat zal de eierenboer zijn en moeder moet naar hem toe, dat duurt, met uitzoeken en rekenen en tellen, meestal een heele poos! De
99