ze sluit de oogen en laat het haar lippen langzaam prevelen.... want dat vervaarlijk-gruwelijke, maar ook zoo geweldig-wonderbaarlijke zou ze nog eenmaal willen voelen.... maar het komt niet terug. Het komt niet, als je roept... het komt.... zou het ooit in haar weer komen? Zal ooit de pijl die roos van haarzelf weer raken, zal ooit dat dichte, zwarte haar hart weer omvatten.... zal ze ooit weer wezenlijk weten, dat ze eenmaal in een graf geborgen liggen zal? Misschien in jaren niet meer, misschien haar leven lang niet meer.... en is dit niet het wonderlijkst van al dat wonderlijk is: je moest het eigenlijk geenoogen-blik van je af kunnen zetten, omdat het zoo nijpend-gruwelijk is, omdat het zoo zeker eenmaal gebeurt.... het moest je eigenlijk aanhoudend kwellen.... je moest het nooit vergeten..,, en in plaats daarvan.... je begrijpt het niet eens.... en je hebt de grootste moeite eraan te denken en het ook maar één oogenblik wezenlijk te weten!
245