Ah bah! Nog niet eens terug.... en nog niets klaargelegd.... zeker nog aan het klungelen in het schuurtje.... nu ja, de groote trek kwam van haar, maar hij beloofde toch, hij beloofde toch, en later had hij zelf ook wel zin, toen ze denappel en alles mochtenhebben. Is dat regen of zweet op haar gezicht? Het is allebei, ze is koud en ze gloeit.... dan maar zitten, even rusten van dat hollen, hij zal nu toch wel dadelijk komen. Op de bovenste tree, je voeten één lager, je kniëen tot aan je kin, je vuisten in je dichte oogen, dan rust je zoo lekker, dan ben je ook zoo heelemaal van jezelf, en dicht bij jezelf, dan ben je zoo prettig-alleen, en tegelijk niet alleen, want beneden zitten Moeder en juffrouw Heilbron te praten. Wat maak je eigenlijk altijd met je lijf, met je armen en je bee-nen, met je neus en je mond, en met alles, als je goed beschouwt een heidensch lawaai —, want zit eens even werkelijk stil, en dadelijk worden duizenden geluiden duidelijk.... het regent buiten maar zacht en toch hoor je het ineenen sproeien en ruischen.... nu is ook de trap wel vlak aan den muur, al zie je het niet, want nergens een venster. Wat wordt het binnenshuis al vroeg donker.... December ook, Sint-Nicolaas voorbij! Hoe vreemd voel je toch jezelf zoo ineengevouwen zitten, op de bovenste tree, je knieën tot je kin en je vuisten in je dichte oogen en overal dat grauw van muren en trap, en de grauwe gordijnen onder in het portaaltje, voor het donkere hol, dat eens een bedstee was en waar nu oude rommel geborgen wordt.... en rondom je en achter je de troebele, stoffige schemering.... Heeft hij misschien den hengel uitgeleend, is hij hem dan nu gauw ergens vandaan gaan halen? Alles wat op zolder klaarstond, zooeven, waren de schoteltjes met suiker en kaneel,
224