HET DUBBELTJE
wee maal is ze nu de heele kermis rond geweest en heeft toch niet haar dubbeltje uitgegeven. Het steekt nog altijd diep in haar gesloten, vochtig heete hand, even heet en vochtig als haar hand, zoodat het erin lijkt versmolten, maar knijpt ze de vingers stijf dan voelt ze de karteltjes in haar vleesch. Er lokt zoo ontzaglijk veel dat ze zou kunnen koopen, ze durft niet het een boven het ander kiezen, nu ze voor het eerst van haar leven een heel dubbeltje bezit voor zich alleen, om in één middag op de kermis te besteden, precies zooals ze wil.
Vader kwam thuis en vertelde dat juffrouw Krant met haar zuster, bij haar te gast, een grooten rijtoer wil gaan maken, en een van hen twee mocht in het rijtuig mee.... haar broertje won het lot.... hij sprong dadelijk weg.... en zij bleef aan tafel, de vuisten onder het hoofd.... toen viel met een smakje het witte propje als uit de lucht voor haar neus, ze keek op en zag de kamer leeg, ze pelde gauw het propje uit en maakte een heel-nieuw, een fel-zilver dubbeltje los, dat lag zoo in eens bloot in haar hand.... dat kwam van juffrouw Krant, voor de eene, die afloten moest.... Ze is de deur uit en naar de kermis gedraafd en nooit leek de weg zoo lang en nooit sprongen de verlokkingen zoo uit elke kraam naar haar oogen toe.... en iederen keer was ze bijna besloten.... ging haar hand de hoogte in, knipten haar vingers open.... een paar maal had ze al bijna gewezen.... naar den langen rooden kersenstok.... naar het blauwe gazen builtje over zilveren en gouden knikkers spannend.... naar
T
108