geeft zijn kaartje aan den oudsten man, gelukkig, al drie achter elkaar hebben het hunne aan den dikkop gegeven.... Dag Vader.... dag Vader! Wie mag Va׳ ders koffertje dragen? Beurt om beurt, maar manvolk gaat vóór. Hij pakt het blij en gauw van Vader aan en achter Vader om vragen haar oogen en antwoorden de zijne.... ja, het is zwaar, het is kolossaal zwaar....! Dus.... dus.... dus....!! Maar ze mogen niets vragen, zelfs niets blijken laten. De dikke prop van vanmiddag zit er plotseling weer, alsof ze alles nog eens moet over-vragen, aan Vader....Vader weet alles precies... Vader heeft toch zelf het boek geschreven.... Ze zegt niets, kijkt enkel in de schuinte omhoog naar Vaders gezicht.... Dat is Vader, die een boek geschreven heeft.... die zich in den ouden tijd en in een verre stad heeft verplaatst... En denk eens aan Vaders verschillende beroepen.... o, wat is Vader knap! Tot den grutter op den hoek mocht hij het koffertje dragen, daar blijven ze nu staan en hij geeft het haar over. Was het erg zwaar? Ja, als Vader het zelf vraagt.... ze krijgen allebei een kleur en schieten allebei in den lach.... Vader lacht ook.... en ze loopen verder. En of het zwaar is, het hangt aan haar hand.... heerlijk, zoo alle drie naar huis, naar Moeder te gaan, tusschen de vreemde menschen door.... En Vader weet toch niet precies wat zij weten, maar zij weten ook niet, wat Vader weet, dat zij weten....
Nu gaan ze de glooiing in de smalte tusschen de tuinschuttingen af, nu zijn ze in de kalmte van hun straatje en bijna thuis. Doodstil ligt het water in de slootjes, aan weerszijden van het bruggetje, doodstil en groen en lijkt wel zoo dik als erwtensoep. Moeder staat op het stoepje en tuurt.... en tuurt.... maar ziet ze niet en zij zien Moeder allang, ze is ook
106