DE STORM
man had getekend, die vader voorstellen moest, met vaders naam, hun naam, er voluit onder.... Dat was nu óók voorbij.... dat was nu goddank voorbij.... en toch verheugde het Let, dat ze daar niet het eerst aan had gedacht....
De volgende morgen scheen de zon, maar de storm was nog lang niet bedaard. Moeder voelde zich na de lange slaap alweer wat beter. Ze mochten toch maar heel even bij haar binnenkomen. Bart was gewoon naar school gegaan, en tante Jet toog naar haar eigen huis. Let zat alleen en wachtte op Wim. Hij had beloofd tegen elf uur te komen. Ze voelde zich moe en slap, ook wel heel bezorgd over moeder. Dat beter voelen in bed, op een slaappoeder, beduidde immers zo weinig. Tante Jet had gelijk —, er moest raad geschaft.... Dan dacht ze aan Wim en hoe hij gisteravond met oom Daaf was weggegaan, als twee vrienden, verenigd in hun zorgen voor haar, voor moeder en Bart en Cor.
Een uur later konden de buren, loerend over hun horretjes en aan hun spionnen, vol nieuwsgierigheid naar wat er voorvallen mocht in het huis met de bruine deur en de koperen plaat, waar de naam van de dode man in stond gegrift, konden ze zich de ogen uitkijken naar het prachtige rijtuig, dat de straat in kwam rollen en stilhield voor de bruine deur. Ze keken, keken.... maar toen ze er een deftige dame uitstappen zagen, toen konden de meesten het niet voor zich houden, en de hoofden keerden zich om of trokken zich een ogenblik terug om huisgenoten deelgenoot te maken van het opzienbarende feit. Mevrouw Wendelaar kwam, met haar zoon, de weduwe Brons bezoeken! Geen twijfel nu meer: de verloving ging door, het ongehoorde zou waar worden. En onmiddellijk steeg het verachte gezin in de achting der buren. Mevrouw Wendelaar was inderdaad en, tot Wim’s grote verwondering en nog grotere vreugde, geheel uit eigen beweging met hem meegegaan. Ze was gedeelrelijk uk medelijden en belangsteling tot dat besluit gekomen, maar
251