Want wie ,,het goede", ,,het ware" wil in de opvatting, die we daaromtrent hebben aangenomen van Eenheidsbe-streving, kan zich laten leiden door wijsheid en door liefde.
Bij elkaar zijn ze datgene, waaraan de mensch te gronde gaat — tegenover haat en onverstand, waardoor hij behouden blijft — en toch vallen ze, daartegenover bijeenhoorend, weer als een onderling contrast uiteen — beeld van het eeuwig in contrasten uiteenvallen aller dingen.
Immers, de ware wijsheid, beseffend hoe elke daad een eenzijdigheid is, kan tot de daad, ook de liefdevolle daad, niet komen — erkennend de noodzakelijkheid, ook van het kwaad — de liefde daarentegen zal altijd pogend en handelend optreden willen en zal daarom in het dieper wezen der dingen en hun Noodzakelijkheid uiteraard niet mogen ,niet kunnen doordringen — dat wil zeggen, tot de ware wijsheid nimmer kunnen komen — de beide beste dingen, die wij bezitten, onze liefde en onze wijsheid, zijn alweer tegenstrijdigheden, alweer ,,vijanden" en laten zich nimmer tegelijkertijd verwezenlijken.
Alles waarin de liefdevolle Plato gaarne gelooft, wordt door den wijzen Plato als onvervulbaar weerlegd, en de argumenten tegen Plato's ,,Staat" liggen in zijn eigene geschriften voor het grijpen.
De tegenstelling tusschen ,,Goedheid" en ,,Wijsheid" ligt het zuiverst en duidelijkst — voor wie althans niet blind vertrouwen op wat hen daaromtrent is ingeprent 1 — uitgedrukt in de gedachte van den Vader en den Zoon, in het algemeen in de voorstelling van een werkzaam en werkdadig Middelaar. W^e weten hoe algemeen die gedachte is en hoe ze zich in oude godsdiensten en filosofieën in verschillende vormen terugvinden laat, waarvan er eenige als het ware zijn ineengevloeid en versmolten tot de in de Christelijke kerken en maatschappijen zoo volkomen onbegrepen en onverwerkte voorstelling van den Vader en den Zoon. Duidelijk valt die vermenging van elementen uit verschillende ideeën-complexen waar te nemen bij Philo in wiens geest èn de Helleensche èn de Joodsch-Perzische èn de Egyptische wereldaanschouwingen waren opgenomen en die de daarin vervatte Middelaar-gedachten zocht te vereenigen, de Joodsch-Perzische gedachte
54