PROMETHEUS VERHEERLIJKT.
Hoezeer de Fransche Revolutie in haar latere gedaante een poging was, om de ideeën van Rousseau in daden om te zetten, wordt wel aangetoond door het eigenaardige feit, dat er letterlijk geen artikel van het Contrat Social is, of het heeft gedurende de Revolutie, hetzij in een redevoering, in een courantenartikel, in een proclamatie als argument en grondslag dienst gedaan. Dit teekent, met vele andere verschijnselen, de Revolutie als naïef en sterk pathetisch, en als maar in zeer geringe mate ,,practisch" — juist deze naïveteit, dit volkomen gemis aan omzichtigheid en voorzichtigheid, aan ,,gezond verstand" deed de Revolutie slagen. De overwinning van den Jacobijnschen geest over den Girondijnschen heeft men niet ten onrechte vergeleken bij de overwinning van Rousseausch pathos over Voltairiaansch rationalisme. Zeker is dit laatste bruikbaarder en houdbaarder, maar er gaat nu eenmaal voor menschen tot zware daden geen bezieling uit van het houdbare en bruikbare, maar wel van het pathetische en verhevene, hoe ook onvervulbaar, bijvoorbeeld, van het Christendom, dat pathetisch, verheven en onvervulbaar is.
Het contrast tusschen de betrekkelijk geringe intelligentie en de nog geringere ontwikkeling van vele Revolutie-mannen, en dat wat ze ondernamen en dorsten — waar ze niet gesteund werden door de krachtige zelf-suggestie uitgaande van een ,,hooge positie" en een klinkenden naam — doet volmaaktelijk denken aan de psyche van Don Quichotte. Inderdaad, terwijl de Duitsche Hamiets denken, en denkend komen tot de erkenning, dat er is „nothing either good or bad, but thinking makes it so", die de opheffing is van elke zedelijke onderscheiding in het Absolute — brengen de Fransche Don Quichotte's het niet verder dan her-stellen — vervangen van maatschappelijk-immoreele onderscheidingen door persoonlijk-moreele en tot den eisch, dat elkeen beantwoorde aan wat daarin ,,goed" geheeten is. En zoo ze al reiken tot het besef, dat het ,,goed
420