konden ze, mochten ze, ter wille van eigen behoud, van eigen taak niet erkennen en verschuilen zich voor die barre waarheid achter eigen onkreukbare deugd, die de zichtbare proef moest zijn op de som van hun levensbeschouwing, evenzeer wellicht als dat ze innerlijke aandrang was, en waarvan ze de zwarte achterzijde niet hebben gezien.
Al deze en meer individualistische trekken zijn ook in de ,,Nouvelle Héloise" op te sporen, maar in hoofdzaak is en blijft het toch een pleidooi voor het recht van de liefde, om, als almachtig-menschelijk gevoel, over maatschappelijke voor-oordeelen te zegevieren en kunstmatige grenzente overschrijden.
Dit hoofd-motief vinden we bij Schiller als bij-motief terug. Voor Rousseau lag, van de drie factoren der Revolutionnaire DrieEenheid, het zwaarste accent op de Gelijkheid — voor Schiller * vooral op de Vrijheid. En waar de Natuur Rousseau de lessen
van gelijkheid leerde, daar leerde ook zij, maar toch vooral de historie, Schiller de lessen van vrijheid. Want is het niet leerzaam voor de apostelen van de causaliteit om te vernemen, dat voor den Frankforter jonkman Goethe de natuur veel meer beteekend heeft dan voor den op het platteland geboren Schiller? Hier ook werken — evenmin als ergens anders — geen ,,oorzaken" van buiten, maar een natuurlijke aanleg, die bestemming beduidt; Schiller leerde van de historie, wat Rousseau en Goethe, elk op eigen wijze, hebben geleerd van de natuur, omdat ze het alle drie al wisten en het dus in iedere ,,school", uit iedere leer zouden hebben opgestoken.
Niet toevallig heeft de strijd der Nederlanden tegen Spanje hem zoozeer geïnteresseerd; en hoezeer hijzelf individualistischen vrijheidsdrang in zichzelf heeft herkend als Eenheidsdrang, blijkt uit tallooze plaatsen in zijn werk, uit een bekenden brief aan Körner onder andere. Daarom noemt men dan ook weer Schiller's wijze van geschiedschrijving ,,modern", — de negentiende-eeuwsche geschiedschrijving sluit geheel bij Schiller's methode aan, is op algemeene kennis, op Begrip, in laatste instantie op zelf-kennis (bewust of onbewust) gericht. Dat Schiller echter ook wel bij de natuur ,,ter schole" ging, bewijst de plaats uit ,,Don Carlos", waar de markies van Posa koning Philips de Natuur aanwijst als de leermeesteres, die in alles
402