Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



zijn intrek neemt in een soort ,,hulpgebouw" (we volgen hier zijn eigen beeldspraak), opgebouwd uit de ,,gangbare dogma's en tradities van zijn tijd". Precies datzelfde doet ook Augustinus, naar zijn eigen zeggen, wanneer hij in Milaan Ambrosius heeft leeren kennen, en dan niet langer Manicheeër is, maar ook ,,nog geen Katholiek". Tusschen alles dobberend, besluit hij dan ,,op de manier der Academici, die beweren dat men over alles moet twijfelen" als catechumeen in de Katholieke Kerk te blijven, die hem door zijn ouders was aanbevolen, totdat het licht der zekerheid „hem zou wijzen, waarheen de koers te richten".

Noch in Augustus — in wien de oude twijfel voor goed ondergaat — noch ook in Descartes — in wien de nieuwe twijfel pas opgaat — huist de ware levende zelfbetwijfeling, het gevoel van eigen gebondenheid en afhankelijkheid in ook maar eenig zelfwantrouwen tegenover het gemak, waarmee ze. zich voegen en thuis gevoelen in hun „hulpgebouw". Het komt niet in hen op, dat ze, wat ze meenen te zoeken, reeds gevonden hebben — geen van beiden zijn ze nog waarlijk vrij gemaakt door het inzicht hunner innerlijke gebondenheid.. Zooals Hobbes uit de volkomen vrijheid onmiddellijk tot de volkomen onvrijheid komt, zoo komt Descartes uit den twijfel-zelf onmiddellijk tot de stelligheid. Zijn eigen onvolmaaktheid doet Descartes aan een volmaakt wezen denken, eigen twijfel inspireert hem de gedachte aan alwetendheid, hij vindt dus ,,in zichzelf" de Idee van een Superieur AVezen.

En besluit hieruit tot het bestaan van dat Superieur Wezen, 't welk zonder „bestaan" aan de Idee der Volmaaktheid niet beantwoorden zou. Wrant zijn gedachten — aldus het betoog — omtrent andere dingen buiten hem om, hemel en aarde, licht, warmte ,,en duizend andere zaken" wekken niet dat gevoel van eigen inferioriteit in hem op en kunnen derhalve, voor zoover ze ,,waar" zijn als „dépendances de ma nature" en voor zoover ze ,,niet waar" zijn, als afkomstig ,,du néant" worden aangemerkt — maar ze bewijzen niet hun bestaan doorhun Idee.

Deze Idee in mij van het „Volmaakte Wezen" kan — aldus, het vervolg der redeneering — nimmer zijn gecreëerd door het onvolmaakte wezen, dat ik zelf ben, de Idee van God is dus.

316

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.