Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



pelijke deugd — zijn verdienste is dus juist dat liij niet verandert. De Rodrigue en de Chimène van het eerste bedrijf zijn dan ook volkomen dezelfde als de Rodrigue en de Chimène van het laatste. Ze evolueeren niet, evolueeren is veranderen, en wat is er nu minder nobel dan een veranderlijk mensch? Zoo een is karakterloos. De man die van zijn twintigste tot zijn zestigste jaar bij zijn politieke ,,inzichten" volhardt, krijgt het mooiste grafschrift en pas een recht fraai, als men er bij kan zeggen, dat hij die inzichten zoo kant en klaar van zijn grootvader heeft meegekregen. Dit noemt men dan ,,trouw aan tradities" — de lauwerkrans om eiken steunpilaar!

Maar als nu Rodrigue en Chimène zoo standvastig zijn en elkaar tegelijkertijd liefhebben en haten, vervolgen en aanbidden, zoodat er geen verwrikken aan is, hoe ter wereld moet het drama dan eindigen? Met hun dood? Het zou te veel worden voor de vier-en-twintig uur van Aristoteles' regel-van-drieën, waarvan Corneille, blijkens zijn eigen bittere klachten, toch al zooveel overlast ondervond — en bovendien, de deugd moet beloond worden. Het drama moet stichten. Ze moeten elkaar hebben — en ze willen elkaar niet hebben — of liever, zoolang de een niet wil, wil de ander wel en zoodra de ander wil, wil de een niet meer!

Zooals de figuren in het werkelijk drama de redelijke beweeglijkheid des levens weerspiegelen, zoo weerspiegelen deze personen weer de redelooze verstarring van het dogma. En het bijna in een grafische figuur uit te drukken caricaturale van de situatie laat zich ten slotte nog aldus formuleeren:

In Orestes, het werkelijke drama, wordt het besluit tot de daad in den mensch geboren — deze daad, als eenzijdigheid, ontplooit zich naar buiten noodzakelijkerwijs in een dubbele consequentie, waarvan één ,,stichtelijk", één ,,onstichtelijk" is, één goed, één kwaad — beeld van het dubbele leven, waarin goed en kwaad relatieve begrippen, functiebegrippen zijn.

In Le Cid, het maatschappelijke drama, is het bevel tot de daad buiten den mensch vastgesteld — zijn daad ontplooit zich ditmaal, door een toeval, maar volstrekt niet noodzakelijkerwijs, naar binnen in een dubbele consequentie, die a priori beide stichtelijk, beide ,,goed" moeten zijn, en dus niet elkanders complement en contrast. De dubbele ontplooiing naar buiten

244

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.