Piegem: dwaas, onmogelijk mensch.
Rebbe: leeraar, voorganger van de Joodsche Gemeente.
Resjaante: gemeene vrouw.
Rousj-Hasjono: Nieuwjaarsdag.
Schlemazzel: ongeluk.
Schlemiel: stakker.
Seider-avond: de vooravond van het Paaschfeest.
Sjammos: bode, kerkdienaar.
Sjeimets: doodsgebed.
Sjor-jerokous: verscheidenheid van groenten, op den seideravond in gebruik.
Sjikse: niet-Joodsch meisje.
Sjiwwe-zitten: een doode betreuren, door zeven dagen op den grond te zitten.
Sjoel: synagoge.
Sjoumer-en-mazzel: God-zal-sjoumer-en-mazzel-zijn: God zal ons ervoor bewaren.