Lizzie uitging met Gerrit en haar vader vaak mee! Die sliep ook wel eens overdag. Dan had mevrouw altijd op haar slaapkamer wat te doen of ging zelfs wel eens om een boodschap het huis uit en dan bleef ze alleen met Van Gulik. Griezelig. Maar toch.... voor één zoen had ze een gouden armband gehad en voor even op zijn knie zitten een doos vol met boomschorschocola. Nou, en dan.... 't moest toch wennen, had mevrouw gezegd. Als ze getrouwd was, zou ze nog wel voor andere dingen komen te staan! En dan lachte mevrouw wel eens omdat ze zoo heelemaal niet nieuwsgierig was en nooit verder vroeg. Nee, daarnaar nieuwsgierig was ze niet, ze wist wel een-en-ander en dacht er liefst zoo weinig mogelijk aan.
Maar te denken, dat ze vrijwillig dat armzalige leven thuis voortleidde, terwijl sprookjesschatten, prinsessenweelde in haar bereik lagen, alleen, omdat ze bang was voor vader, omdat ze niet durfde met hem praten! Ze wou wel graag, dat Van Gulik zelf het had gedaan en zinspeelde daar weieens op, en dat begreep hij dan dadelijk, maar hij wees het lachend af en zei, dat zij-zelf maar 's eerst haar vader moest aanklampen. Daarna zouden ze dan verder zien. En dan begon hij werkelijk heel lief en vriendelijk te praten.
Ze waren nu een verloofd paar, zei hij eens. Dat lachen, zoo haar gezichtje dicht bij hem. Zóó was ze mooi, zei hij dan... . zijn mooie meisje, zijn mooie, kleine Esthertje.... En nu, een kusje.... ja?
Esther griezelde even voor den lachenden grijzen kop zoo dicht bij haar hoofd, voor de aanraking van dien kouden, ingevallen mond op haar zachtwarme wang. Maar.... voortdurend lachend scharrelde hij wat uit den binnenzak van z'n jas te voorschijn, en hield het haar voor. 't Kind kreet het uit.... een gouden horlogetje.... Ze greep ernaar met beide handen, en de oude fuiver rilde van verrukking om
140