werkelijkheid is geworden, — wanneer denk je haar te laten uitkomen ?"
„Gauw," zei Feenstra ineens, terwijl hij zijn gezicht warm voelde worden. De dokter had gelijk en ondanks den wat drogen, analyseerenden toon van hun gesprek, bijna tegen wil en dank, voelde hij toch plotseling zijn verhouding veel werkelijker, zijn besluit veel vaster in zich staan. Het was toch ook wel veilig en aangenaam, na zooveel moeitevol alleenzijn, alleen-staan en alleen-handelen, te verglijden in de gemeenschap en met allen te zamen te deelen, wat hij tot dusver alleen gedragen had.
.114