De juffrouw, met wrevelig-snelle rukken de hals heen en weer bewegend in 't nauwe, smoorwarme boord, de kin rekkend om wat ruimte, richtte zich, boos-op zichzelf, op uit haar dromerij. De wanorde, die ze toeschreef aan haar even absent-zijn, irriteerde haar en met nors-knorrig praten, geprikkeld door de warmte en 't eeuwige geraas buiten, dat luid binnengalmde door de hoge kiepramen, gebood ze stilte. Even, in machinaal gehoorzamen, hield 't rusteloos schuifelen op, werd 't onder 't boos samentrekken van de blonde wenkbrauwen in 't jongemeisjesgezichtje, broeierig-stil, kunstmatig-ordelijk.
En in die stilte klonk ineens, absoluut onverwacht, luid geschrei, waar de hele klas en de juffrouw ook, van opschrikte.
Markie's voorbuur, potig kereltje, te oud voor de klas, maar te lummelig-dom om verder te komen, schrik en plaag voor de kleintjes, had stilletjes, heel voorzichtig, de dikke, mooie, met rood papier beplakte griffel uit Markie's slappe vingertjes gegrist. Doch voor hij tijd tot behoorlijk opbergen had, was Markie al wakker, met wijd sperren van z'n vakerige ogen, voelend dat er iets gebeurd was zonder nog juist te weten wat. Juist zag hij de mooie griffel in de blouse van dikke Dirk verdwijnen en ineens, met z'n hele bovenlijf de bank overschietend, dat de blauwe kiel Dirks rugleuning overbolde, greep hij met zenuwachtig gebarende vingers naar z'n eigendom, zodat Dirk, de stoere elleboog afwerend achteruitstotend hem juist, met vinnig rakende bons tegen 't dikke neusje mepte. Bloed spoot eruit en luid huilend liet bang, al afgebluft Jodenjongetje z'n hoofd op de bank vallen. Voor de bloedspatten, akelig op t bankvlak, griezelden de dichtbije kinderen, en de juffrouw, even besluiteloos, stond een momentje overleggend.
Luid van ontzetting gilde anders stille Markie 't uit, en onthutst zat Dirk, die 't heel niet zo erg bedoeld had. Maar Saartje, vlam-rood ineens, vloog op uit de bank, en 't katlenig lichaampje boven op 't plat zwaaiend begon ze met kleine, fel-woedende vuistjes Dirk's rossige kop te bebeuken, die verbluft, zonder poging tot verweer, de tuchtiging onderging.
Doch de juffrouw schoot toe en Saartje wegrukkend
126