De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Vroeg in de volgende morgen voeren zij terug naar Amsterdam. In diepe gedachten verzonken zat Geesje naast Manasse Gompertz. Ze staarde bedroefd voor zich uit over het verre land, dat langzaam zich baden ging in de zomerse kleurigheid van een verwarmende zon. „Zal hij ooit beter worden?” vroeg zij opeens. „Bij het afscheid was hij weer helemaal in de war.”

„Hij zal beter worden. Daar is rust en hij kan er over alles nadenken. Zodra hij doordrongen is van ons aller nietigheid en zonder vragen het leven van wieg tot graf heef aanvaard... dan is hij genezen.” „Zal... zal dat lang duren?”

„Misschien weken, misschien jaren.”

„Ik wilde, dat hij daar altijd wonen kon. Die vrede, die rust. Maar welke boer neemt een knecht met krukken?”

„Voorlopig kan hij er blijven. Om niets. Ik vind dat wel met de pacht.”

„Is... die hoeve van u?”

„Ja. Een jood kan in dit land grond bezitten. En huizen... en alles,” antwoordde hij opeens wat verbeten.

Ze zweeg, maar na een tijdje hernam zij:

„Ik zal u iedere week zijn kostgeld brengen. Ik zal voor hem werken, dat is nu mijn plicht. Maar als u de hoeve verkoopt?”

Ze keek hem zo angstig en benauwd aan, dat hij glimlachen moest en haar goedmoedig op de arm tikte.

„Kom... dan verkoop ik hem aan jou, joffer Seghers. Is het zo goed?” „Is zo’n hoeve duur?”

„Hangt er vanaf. Praat er niet meer over. Voorlopig is Jan Seghers onbezorgd onderdak.”

„Maar... als u nu eens plotseling...” zei ze aarzelend maar koppig.

Hij stond kregelig op. Een gezonde jood moet men niet aan de dood herinneren, noch met hem over ziekten praten.

„Ontbijt nu maar, joffer,” zei hij en plaatste haar mand bij haar voeten.

Hij daalde af in het roefje. Nog even scheen hij zich te bezinnen, diepte toen een fluwelen zakje op uit zijn zwarte kaftan. Hij opende en legde zijn gebedsriemen aan, want het was tijd voor het ochtendgebed. En hij wond de voorhoofdsriem en voelde het lederen huisje op het voorhoofd drukken.

En hij wond de zeven slagen rond zijn arm en driemaal rond de middelvinger. En hij kon opeens niet meer bidden, zoals hij dat jaren-

261

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.