Hij wandelde naast haar. Telkens nam hij haar van terzij op. Zij was een half hoofd kleiner dan hij, dus groot voor een vrouw want de meesten reikten slechts tot zijn schouders of kin. Zo groot als Jannegie Pietersdochter dacht hij, maar die was struiser en zwaarder en kon niet op tegen dit slanke trotse postuur. Ze was eenvoudig gekleed als burgervrouw, een mouwloos lichtgroen jak, zodat het heldere wit van de hemdsmouwen sterk afstak, een grijze geplooide rok en een zwart schort, de hals sierlijk oprijzend tussen de brede open hemd-kraag, de borst bedekt door een ragfijne neteldoek. Heur haar was strak naar achteren gekamd, liet de welgevormde oren vrij en deze blonde overvloed werd op het achterhoofd samengehouden door een klein zwart kapje. Als enige sieraden droeg ze twee lange oorbellen van halfedelsteen.
Onwillekeurig vergeleek hij haar profiel met dat van Jannegie. Hier, Geesje, een intelligent voorhoofd, een kleine rechte neus, een trotse wat begerige mond en een wat spits kinnetje, daar, bij Jannegie, een laag voorhoofd, een wipneus, begerige lippen en een beginnende onderkin. Beiden blond, de één verfijnd en trots, de ander zwaar en zinnelijk met een alles beheersend verlangen naar veel en zwaar voedsel, mooie kleren... en een vrijer.
„Ik ben blij, dat ik met u meelopen mag,” zei Geesje, „het is zo donker.”
„Ben je bang, ’s avonds?”
„Een beetje wel. Er zijn van die rare onder de nachtwachts.”
„Ja,” gromde hij, „het is onbegrijpelijk dat Burgemeesteren die hele nachtwacht niet opdoeken en ook ’s nachts de politiedienst in handen van de Schout en zijn dienaren laten. Om tien uur ’s avonds eindigt mijn officie.”
„Waarom is dat?” vroeg ze nieuwsgierig.
„Het is zo gegroeid in vorige eeuwen. Het zal nog wel even duren voordat de Heren inzien, dat het een onding is. Het geboefte speelt onder één hoedje met de ratelwachts en als de schutters er niet waren was Amsterdam ’s nachts aan hun genade overgeleverd. Maar ja, het is niet anders.”
„Wilt u... wilt u... me tot huis brengen?” vroeg ze bezorgd.
Hij knikte welwillend, draaide weer eens zijn knevels op, ging nog
240