De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



verband en zijn altijd ietwat boosaardige ogen keken onderzoekend naar de onderschout en Jannegie Pietersdochter, die nu bij de bedstee stond.

„Wat moet de onderschout hier?” vroeg hij boos.

Door deze onvriendelijke begroeting verdween de opgewektheid van Pieter Ravesteyn en hij werd op slag weer onderschout van Amsterdam.

„Mijne Heren van de Gerechte hebben gehoord, dat de vechtpartij je niet zo goed bekomen is. We zullen die Zweden van boord halen.” „Niet nodig. Ysbrandt de Graef sterft niet door een vechtpartijtje. Die ouwe hoogbootsman heeft zoiets wel meer bij de hand gehad. U wordt bedankt, substituut, voor uw menselijke belangstelling, die hopelijk alléén mij betreft?”

„Wat bedoel je, waard?” stoof Pieter Ravesteyn op en stapte verder de kamer in.

„Laat ons alleen, Jannegie Pietersdochter,” beet de waard haar toe. „Waorom? Bin ik opeins weir een foetfeig?”

„De tijd zal leren wie je bent. Nou in elk geval nog maar een meid, die te gehoorzamen heeft. Eruit!”

„Det sel je beraawe, waord. We spreike mekaor nog wel onder fier auge, strekkies,” riep Jannegie en stapte rood en kwaad de kamer uit.

Pieter Ravesteyn stond nu bij de bedstee en Ysbrandt de Graef bekeek hem op zijn gemak. Hij zag het nieuwe zwarte fijnlaken wambuis, met daar schuin overheen de brede gele bandelier met de grote zilveren gesp, de degelijke kuitbroek, onder de knie toegebonden met groene linten, de forse benen in zware wollen kousen en zwarte schoenen, de blanke brede ponjetten, duidelijk zichtbaar nu de substituut zijn vuisten in de zij had geplant, de brede witte kraag stulpend over de openstaande juchtleren kolder, de zwarte zwierige vilthoed met één grote struisveer, een tikkeltje schuin opgezet. En de waard constateerde, dat de onderschout veel concessies had gedaan aan de zo strenge opvatting omtrent het ambtskostuum van een onderschout van Amsterdam en dat hij vervaarlijk zweette onder al die zware kleren.

„Ik kan me niet voorstellen, dat u zich zo zorgvuldig hebt opgetuigd voor mij. Voor een ouwe vent. Dat doet een kerel alleen voor een vrouw.”

„En die vrouw is?” beet de onderschout hem toe, terwijl hij nog een stap dichter naar de bedstee toe kwam.

235

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.