„Dat hoeft niet meer. Koopman Reinier Vinck heeft je duizend last verkocht,” zei ze zakelijk. „Isaï, ik zou het prettig vinden als je Jokel Hirsch verliet. Doe zijn zaken af en reis dan naar Italië. Vraag aan d’Ancona en Mocatta de agentuur voor de Unie. Ik heb wat geld en de steun van grote kooplieden. Ik zou graag willen, dat je zelfstandig werd.”
Zij stond op. Zij ging naast hem zitten op de dekenkist. Nam schuchter zijn hand in de hare en vroeg:
„Wil je wat voor me spelen, Isaï?”
„Nee... nu niet.”
„Ben je bang, dat die goie je weer hoort?”
Geschrokken keek hij haar aan en stamelde:
„Genendel... heeft tante Reize je verteld?”
„Ja... malle kerel.”
Ze vlijde zich tegen hem aan, kriewelde speels met haar sierlijke vingers in zijn korte baard. Hij glimlachte opgelucht en nam haar hand in de zijne. Hij keek terzij naar haar, zag het flauw geronde klare voorhoofd, de scherp getekende wenkbrauwen, de gesloten oogleden met de lange wimpers, de fijne neus en de wilskrachtige mond. Keek steeds weer naar deze schoonheid en kuste haar hand. Zij bloosde en sloeg haar ogen op. Hij zag ze licht van tederheid.
„Wanneer, wanneer... Isaï?” fluisterde zij.
„Als ik terug ben uit Italië, Genendellief.”
Lang zaten zij hand in hand. Muisstil. Totdat zij opschrokken van een hoge nerveuze stem. Het was die van tante Reize, die onderaan de trap riep:
„Genendel... Genendel, daar is de koopman Simon de Bye... kom beneden... Genendel! Genendel!!”
De volgende middag verscheen een kinderlijk opgeruimde en weer prachtig geklede Simon de Bye ter Beurze. Iedereen die luisteren wilde vertelde hij van zijn geslaagde onderhandelingen met zijn buitenlandse crediteuren. Hij had ’s morgens een groot bedrag rente aangezuiverd en er was overeengekomen, dat de hoofdsom zou worden terugbetaald, zodra de vrede gesloten was en zijn schepen weer thuisgevaren. Men wenste hem geluk en bedaagde kooplieden knoopten er de waarschuwing aan vast nu kalm aan te doen en geen enkele verplichting meer aan te gaan. Goedkeurend bespraken zij de inschikkelijke houding van de Duitse joden. Zij geloofden wel, dat deze groep een aanwinst voor
175