De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



aan haar venster gezien, maar hij had ook niet meer gespeeld Waarom niet? Ja, waarom niet?

Hij zakte langzaam terug in zijn stoel, zijn lange benen voor zich uitgestrekt, zijn geliefkoosde houding. Hij hield de ogen weer gesloten en neuriede. Langzaam werd hij plezierig warm, nu kwam de droom, dat losraken van zijn aardse leven... ja... nu... nu... kwam de melodie... het ruisen van bomen, het kabbelen van bergbeken... daar is de wind, daar is de donder, de kletterende regen... kom melodie, kom... daar breken de wolken, felle rechte zonnestralen geven gouden glans aan een landschap... welk landschap?... Dit vlakke klare Holland, de heuvels van de Ardennen, de Alpen, het sombere Bohemen. De melodie klinkt verder weg, steeds meer landschappen doemen op en verdwijnen weer... heel Europa, heel zijn jonge zwerversleven glijdt voorbij...

Koele slanke vingers streken over zijn voorhoofd, een zachte handrug streelde zijn wang. Hij sloeg de ogen op, Genendel stond naast hem. Zij keken elkander aan en glimlachten. Alsof zij zich schaamde voor dat tedere gebaar liep zij naar het venster, wierp een onderzoekende blik naar de overkant, naar dat doodse gesloten raam. Nog even keek zij in de diepte, naar de kille binnenplaatsen. Toen kwam zij weer naar hem toe en zei:

„Ik moet eens met je praten, Isaï.”

Hij rees op, plaatste een stoel bij het blokkenvuur in de schouw en leidde haar erheen. Zelf ging hij op een dekenkist zitten, terzij. Daarop lag ook zijn viool in de lederen hoes. Onwillekeurig legde hij zijn hand erop, het was alsof hij steun zocht. Hij wachtte en zij hernam het woord:

„Oom Chajim heeft mij verteld, dat de overheid ontstemd is nu wij die Simon de Bye geen uitstel meer willen verlenen. Maar zij zal zich formeel niet verzetten tegen een proces. Wat zullen wij doen?”

„Wij kunnen niets meer doen, Genendel. De schuldeisers hebben je opdracht gegeven tot vervolging over te gaan. Zij zijn bang geworden door je onheilspellende berichten.”

„Simon de Bye heeft aangeboden de achterstallige rente ineens te voldoen als hem uitstel wordt verleend. Dat is een groot bedrag.”

„Dan wordt het uitstel aanvaardbaar, Genendel. En als je het verleent, voldoen wij aan het verlangen van de overheid en dit komt de qehiloh ten goede. Wanneer de oorlog voorbij is, zal hij wel kunnen betalen, want hij heeft nog schepen in de Levant.”

172

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.