„U dreigt?... U bedreigt de Schout van Amsterdam?”
De Schout rees op, kwam op de dokter af en greep hem bij de schouder.
„Ja,” antwoordde de dokter. „Met ons énige wapen. Het is jammer, mijnheer de Schout, dat onze gesprekken zich altijd op het financiële vlak bewegen. Simon de Bye... Shylock... een lening aan Engelse kooplieden. Maar, ik zal mijn best doen.”
De Schout nam weer plaats en kuchte. De dokter vervolgde:
„Het zal voor mij gemakkelijker zijn om Genendel Kossmann en haar consortium te overtuigen als u zich niet mengt in de zaak De Bye.” „Waarom?” riep de Schout driftig.
„Zij is een vrouw. Zij wil wel begrijpen, dat het land waar zij woont overwinnen moet om er in vrede te kunnen leven met haar man en kinderen. Maar zij wil niet begrijpen, dat Simon de Bye aan die zekerheid iets toe- of afdoet. Haar haat is voor ons mannen misschien wat onbegrijpelijk.”
De Schout sloot zijn ogen. Het duurde lang voordat hij ze weer opende en al die tijd wachtte Chajim Todelche, staande voor zijn stoel, de hoed in de hand. De Schout zei nu op milde toon:
„Vreemd volk zijn jullie. Zacht en vriendelijk en meedogenloos, gejaagd en vreesachtig en onverzettelijk dapper, intelligent en dom... oneindig geduldig en ruw onbeheerst. Vreemd, heel vreemd, dokter Todelche. Zorg, dat die lening niet verleend wordt en ik zal niet tussenbeide komen voor het Schepengerecht.”
Chajim Todelche boog even het hoofd als afscheidsgroet en liep naar de deur, maar de Schout zei:
„Schrijf me iets voor. De huishoudster wil straks alles haarfijn weten en gelooft niet in een dokter als er geen medicijn aan te pas komt.”
De dokter keerde op zijn schreden terug en antwoordde:
„Geen recept zonder onderzoek.”
De Schout lachte.
„Geen dwaasheid, dokter, maak er iets van.”
„Onder geen beding. Ik zal u onderzoeken.”
De Schout keek een beetje boos, maar schikte zich toch geduldig toen de dokter vakkundig met zijn onderzoek begon. Chajim Todelche voelde zijn pols, bekeek tong en keel, lichtte zijn oogleden op en beschouwde aandachtig de iris van de ogen. Toen moest het hemd uit en de dokter beklopte en beluisterde de tors. Daarna bevoelde hij de buik, onderzocht het onderlichaam en de benen.
167