Ik heb kouwe voeten... hadden we maar naar Italië getrokken!” „Italianen zijn jodenhaters. In Rome wonen ze achter ijzeren hekken. Is hier een hek om de jodenwijk?”
„Je kan in Italië ook buiten het getto wonen. Zie jij verschil tussen een Italiaan en een jehoede, Genendel? Allebei donker... en een beetje druk,” mopperde Reize.
„Er is verschil, tante Reize, en iedere Italiaan en iedere jood voelt dat door instinct. Ik geloof, dat oom Chajim gelijk heeft,” antwoordde Genendel met haar melodieuze stem.
„Oom Chajim zal géén gelijk hebben! Als hij zegt, dat die taai-taai kosjer is, zegt Genendel: Oom Chajim heeft gelijk, tante Reize, oom Chajim heeft gelijk! Chajim... ik wil naar huis, ik ben verstijfd.” „Reize... laat Genendel nu eens rustig de hele markt zien. Daarna gaan we naar huis,” zei de dokter vastbesloten.
„Ik ga naar huis!! Alleen desnoods! Dan kan jij voor mijn part naar Onze Lieve Vrouwe op Zolder gaan om je te laten sjmadden! Genendel... volgend jaar is oom Chajim Sinterklaas... bisschop Chajim Sinterklaas, een kosjere Sint! ”
Opeens moest Reize zo aanstekelijk lachen, dat ook Genendels ogen schitterden van pret. Chajim Todelche bleef sip kijken... die starre onredelijke vrouwen. Kon men met zo’n afwijzing een joodse gemeenschap soepel aanvlijen tegen deze geweldige en machtige koopstad? De Rabboniem konden gerust zijn, zolang er vrouwen als Reize in de qehiloh waren. En toch... en toch, dacht Chajim verbeten, er kan geen jood bestaan op zijn eentje... aanpassen is een levensnoodzaak. De Dam met de Sinterklaasmarkt hadden zij verlaten en zij liepen door de Halsteeg terug naar huis. Genendel droeg plichtmatig de taai-taai-vrijer, terwijl Reize voortdurend daartegen liep te sputteren.
„Wóh... wat een ding... wóh! Je hele huik gaat er naar stinken. Voor wie bewaar je hem eigenlijk?”
Genendel haalde haar schouders op en antwoordde:
„Weet ik niet... misschien... kom, ik zal hem aan de huismeid geven. Zwijgen we over die pop, tante Reize,” zei ze opeens gebiedend. Wantrouwend keek Reize naar haar op. Dat was een nieuw geluid, zo had het meisje nog nooit tegen haar durven spreken. Weer keek Reize naar het nu wat harde hooghartige gezichtje, naar de statige sierlijke gang. En Reize’s hartje werd opeens vertederd. Een koningin! Een koningin van Israël liep naast haar! God weet wie ze is!
Reize Todelche sloot de ogen en bad. Smeekte om zegen op het hoofd
107