Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



Doodsbleek en koud rijst Susanne op uit haar vaders stoel. Zij neemt de luchter met de kaarsen en het boekje, dat klemt zij tegen de borst. En zij dwaalt als een geest door het huis, door dit huis dat gevloekt is, dat verdelgd zal worden met zijn inhoud. Waarvan de leden getekend zijn door God zelve, omdat zij zijn het derde en vierde lid van hem, die Hem haatte. Nu is zij in haar kamer, de kristallen luchter op de schoorsteen werpt grote schaduwen rondom en vreemd gekleurde spiegelingen tegen het witte plafond. Weer staat zij voor haar spiegel, die tot de grond reikt. Weer ziet zij zichzelve. Haar ogen, haar neus, haar mond, heur donkere haar. Lang staart zij naar de verandering die zich op haar gezicht voltrekt. Want de trekken verstarren, verharden, verscherpen.

En daar staat Sarai, de vrouw van Abram, daar staat Rachel, de vrouw van Jacob, daar staat Ester, de vrouw van Ahasveros, die pleitte voor haar volk.

Zij doet een stap terug, in koorts. Met een korte ruk heeft zij het witte beddekleed in de hand. Nu slaat zij het om, houdt het bijeen onder het kleed, vlak aan de keel. En het reikt tot aan de grond, als een doodskleed bedekt het haar geheel, alleen het donkere Hebreeuwse vrouwenhoofd leeft. Zij wendt zich langzaam van de spiegel af, naar het Oosten. En zij spreekt met God. Zij pleit voor haar vader, voor haar moeder, voor haar broer Jozef, voor allen uit het huis Davidson. Zij smeekt om genade. Zij vraagt vergiffenis voor Jozef, de man van Abisag. Dat God zijn ziel niet meer zal uitzenden vraagt zij, opdat geen kind van dit huis meer gevloekt zal zijn. Zij wijst op het goede dat zij getracht heeft te doen en waarvoor zij haar jeugd heeft geofferd.

Toen zonk Susanne Davidson op de knieën, het hoofd diep gebogen. En zij fluisterde, tussen haar vingers, die nerveus voor haar mond bewogen en nat van tranen waren. En haar fluistering was een gebed voor de zielerust van Treesje de Fuentes.

Nog bleef zij in haar gebogen houding, op haar knieën voor God en wachtte. Maar de Almachtige antwoordde nog niet aan dit kind van Israël, deze dochter van Zion.

David Viool had een grote partij goederen gekocht. In de etalage van zijn winkel op de Schiedamse Dijk lag alles in stapels getast. Zeemansbroeken en jassen, laarzen en petten, plunjezakken en ondergoed. Met grote cijfers had hij op witte cartons de zeer

300

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.