Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



gingen. En zo heeft Jannetje iedere avond honderd uit te vragen. Over Eli en de zaken, want slechts eenmaal heeft zij getracht Eli te zien en te spreken. Maar hij wilde haar niet ontvangen, van verdriet en schaamte.

Zo was er veertien dagen na Treesjes dood verlopen, toen Geert op een avond tot Jannetje zei:

‘Hoor es, meissie, dat gaat zo niet met die jonge. As tie niet ophoudt met blèren en zuchten en ’s nachts rond te dwalen met een baard als een apostel gaat ie d’r onderdoor en naar ’t dolhuis.’ ‘Wat moeten wij doen, Geert?’

‘We motte em bij zijn donder pakke en op een schuit zette. En dan de frisse lucht in, met zo nou en dan een stuk water over z’n bast. Dan komp tie allicht gezond weerom.’

‘Maar Geert, je kunt hem toch niet tegen zijn wil oppakken en op een schip zetten? En zijn zaken dan?’

‘Maak je daarover geen zorgen. Dat heb je Geertje goed voor mekaar. Weet je, meid, de dag datte me begonne uit te meste, is tie naar de notaris gegaan en heb me volledige procuratie gegeve. Net op tijd, want je weet, effe later. ..’

‘Zwijg stil, Geert.’

Jannetje slaat de handen voor de ogen; het beeld van verdronken Treesje op haar doodsbed was plotseling voor haar.

‘Goed, goed,’ zegt Geert haastig, ‘ik wou je niet van streek maken. Maar nou mot ie weg en gauw ook.’

‘Zal ik met hem praten?’

‘Probeer het. Maar ga nou met mijn mee, morrege. Jou laat ie d’r niet in, maar je schuifelt achter me an mee naar binne en azze me binne benne, nou, dan klare we het wel.’

‘Hoe is het met de zaken, Geert?’

Van der Toorn haalt de schouders op en zegt:

‘Een rotzooi, meid, daar heb ie geen begrip van. Gegapt datte ze hebbel Nou, maar ze gane voor de bijl, stuk voor stuk en zonder pardon. Het ergste is dat z’n kas zo belazerd leeg is. Alles zit vast. Ik heb van me eige een halve ton an em geleend, dan kenne we effe vooruit. D’r benne een paar beleggings en een paar voorschotte, die ik los ga make. D’r is ook nog een kleine ton gouds te vorderen van de Davidsons. Die gaan ik nouookhale.’ ‘Geert, dat kan niet,’ roept Jannetje verschrikt, ‘je bedoelt dat geld dat Isaiic gegeven heeft om die wever in Rijssel te betalen? Hij heeft mij gezegd, dat hij die nooit terug zou vragen.’

294

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.