Jannetje door het lichten van zijn hoed. Hij kent haar slechts oppervlakkig als de dame die een enkele maal een avond bij zijn moeder komt doorbrengen. Jozef leeft zijn eigen leven en heeft geen behoefte de vriendinnen van zijn moeder nader te leren kennen. Hij drentelt maar op en neer in de sneeuw, zich afvragend waar dit eerbetoon voor een jongen goed voor is. En hij neemt zich voor ten spoedigste de rest van de Fuentes’ belegging terug te betalen. Maar tijdens het vervelende drentelen op de besneeuwde kade moet Jozef onwillekeurig steeds weer naar Jannetje kijken. En bij Jannetje is onafscheidelijk Treesje. Stukje bij beetje krijgt Treesje gestalte voor hem. Hij ziet haar ranke figuur, haar frisse kleur, haar huid, haar mond, haar neus, haar ogen, haar schone volmaaktheid, haar vrouw-zijn. Jozef wordt onrustig. Korter wordt zijn drentelpad, veelvuldiger zijn blik naar Treesje, groter zijn onrust. En voordat hij het weet staat hij voor Jannetje, maakt een praatje over het weer, de rivier en de aanstaande thuiskomst van Eli de Fuentes. En eerst terloops, na zich te hebben voorgesteld, veelvuldiger, wendt hij zich tot Treesje. Hij lacht veel en luchthartig, zijn blanke tanden zijn dikwijls zichtbaar onder zijn opgedraaide kleine knevel; zijn ogen zijn heet en brandend op Treesje gericht. En Treesje schrikt en huivert en verstilt.
De vlet brengt van boord de man Eli de Fuentes, zo.ds hij er twee jaar geleden een nauwelijks meerderjarige jongen heengebracht had. De matrozen groeten als de lenige Eli vlug het touwladdertje naar de wal bekiimt. Op de kade staande dankt hij kort en vormelijk de bootsman en zijn volk. Eerst daarna wendt hij zich om ter begroeting van Treesje en tante Jannetje. Even licht hij de astrakan bontmuts voor de dames, kust hen beiden vluchtig de hand. Koel gereserveerd maar uiterst hoffelijk groet hij, één voor één, allen die gekomen zijn voor een wTelkom. Dan kijkt hij nog eenmaal rond of hij niemand vergeten heeft, wenkt met een kort gebaar zijn rijtuig naderbij. Zijn groet aan Piet de koetsier en Tymon de palfrenier is vriendelijk, geen seconde te lang of te kort. Vlug laat hij Jannetje en Treesje instappen, snel schuift een der matrozen een lederen handvalies in de wagen en dan geeft hij het bevel naar huis te rijden. De gehele ontvangst duurde zeer kort, niemand wist zich gepasseerd en niemand kwam een stap nader tot Eli de Fuentes.
235